HELMOND – Wie tegenwoordig langs de Kanaaldijk in Helmond loopt, ziet nog maar weinig terug van de omvangrijke textielindustrie die hier ooit duizenden mensen direct en indirect aan het werk hield. Een van de bedrijven die een belangrijke rol speelde in die geschiedenis was J.A. Carp's Garenfabrieken. In het Industrieel Atrium wordt die geschiedenis deze zomer en herfst opnieuw zichtbaar gemaakt met de expositie De kunst van het Carp - Garen.
De tentoonstelling draait om een onderneming die vanuit Helmond uitgroeide tot een naam die tot ver buiten Nederland bekend was. Garen, verfmethoden, internationale handel en het werk in en rond de fabriek komen daarbij samen. De expositie is onderdeel van Knaal 200 Jaar, het stadsbrede programma waarmee Helmond in 2026 stilstaat bij tweehonderd jaar Zuid-Willemsvaart.
Van ververij naar internationale onderneming
De geschiedenis van Carp in Helmond gaat terug tot de negentiende eeuw. Jacob Arnoud Carp, geboren in Amsterdam in 1809, kwam door zijn huwelijk met Anna Wilhelmina Wesselman in Helmond terecht. In 1848 ging hij samenwerken met George Wilhelm Kaulen, die in de stad een turksroodververij had. Vanaf 1860 zette Carp de activiteiten onder zijn eigen naam voort.
De onderneming legde zich onder meer toe op het verven van katoenen garens. Ruw garen werd voornamelijk uit Engeland gehaald en in Helmond verwerkt. Een belangrijk deel daarvan vond vervolgens zijn weg naar Azië, waaronder het toenmalige Nederlands-Indië. Het gekleurde garen werd daar onder meer gebruikt voor het weven van sarongs. Daarmee was het Helmondse bedrijf al vroeg onderdeel van een internationale handelsketen.
In het begin van de twintigste eeuw nam de betekenis van het bedrijf verder toe. Rondom Helmond ontstonden haspelarijen waar garens werden voorbereid voordat ze naar de fabriek gingen. Vooral vrouwen en meisjes verrichtten daar veel van het werk. Tijdens de Eerste Wereldoorlog begon Carp bovendien met de productie van naaigaren. In 1917 werd de onderneming omgezet in een naamloze vennootschap.
Fabriek bepaalde mede het gezicht van de stad
Carp beperkte zich uiteindelijk niet tot het verven en verwerken van garen. In Helmond kwamen ook voorzieningen voor onder andere de productie van houten klossen, verpakkingen en drukwerk. Uit bewaard gebleven materiaal blijkt hoe herkenbaar het merk ooit was. Zo bevinden zich nog altijd originele klosjes Carp-naaigaren in erfgoedcollecties.
Ook buiten de fabriek liet het bedrijf sporen achter. Aan de Steenweg staan bijvoorbeeld woningen die in opdracht van Carp voor medewerkers uit het middenkader werden gebouwd. De huizen, die inmiddels gemeentelijke monumenten zijn, vierden in 2024 hun honderdjarig bestaan.
Langs de Kanaaldijk staat bovendien nog een tastbare herinnering aan het bedrijf. Het voormalige kantoor- en archiefgebouw van Carp dateert oorspronkelijk uit 1917. Het pand werd later verbouwd en is een van de weinige overgebleven onderdelen van het vroegere fabriekscomplex. Tegenwoordig is hier onder meer de Stichting Industrieel Erfgoed Helmond gevestigd.
Oorlog en veranderende wereldmarkt
De twintigste eeuw bracht zowel groei als tegenslag. In 1928 werd het bedrijf getroffen door een grote brand en enkele jaren later volgde herbouw. In 1938 kwam Carp in handen van het Schotse textielconcern J. & P. Coats. Daardoor kreeg het bedrijf tijdens de Duitse bezetting te maken met bijzonder beheer. Na de oorlog kende de onderneming opnieuw een bloeiperiode.
Vanaf de jaren zestig veranderde de internationale textielmarkt echter snel. Productie verschoof naar landen waar de arbeidskosten aanzienlijk lager lagen en veel Nederlandse textielbedrijven kregen het moeilijk. Ook Carp ontkwam daar niet aan. In 1969 kwam een einde aan de productie in Helmond. Een groot deel van het fabriekscomplex verdween later uit het stadsbeeld.
Wat achterbleef zijn foto's, documenten, producten, gebouwen en verhalen van mensen die bij het bedrijf werkten. Juist die combinatie maakt de geschiedenis van Carp meer dan alleen het verhaal van een fabriek. Het laat ook zien hoe sterk industrie, internationale handel en de ontwikkeling van Helmond met elkaar waren verbonden.
Kanaal als economische levensader
De locatie van veel Helmondse industrie langs de Zuid-Willemsvaart was geen toeval. Het kanaal maakte de aanvoer van grondstoffen en het vervoer van producten mogelijk en speelde daarmee een belangrijke rol bij de industrialisering van de stad. Tijdens Knaal 200 Jaar wordt die relatie op verschillende plaatsen langs het water belicht met tentoonstellingen, wandelingen, lezingen en andere activiteiten. Het programma loopt van 5 juli tot en met 7 november.
De Carp-expositie sluit daar rechtstreeks op aan. Waar ooit dagelijks garens werden verwerkt en goederen hun weg naar bestemmingen ver buiten Nederland vonden, wordt nu het verhaal verteld van een bedrijf dat meer dan een eeuw geleden hielp het industriële karakter van Helmond vorm te geven.
De kunst van het Carp - Garen is tot en met 25 oktober 2026 te zien in het Industrieel Atrium aan de Kanaaldijk N.W. 29 in Helmond. De toegang is gratis. De aangekondigde bezoekmomenten zijn 16 en 30 augustus, 12, 13 en 27 september en 11 en 25 oktober, telkens van 12.00 tot 17.00 uur.
https://industrieel-atrium.nl/ en
https://www.knaal200jaar.nl/programma?filter=Expositie