Hoogste bieders krijgen vakantieparken Peter Gillis gegund, onzekerheid chaletbezitters blijft

06 okt , 20:08 • Helmond
240812 5237 Prinsenmeer Ommel
OMMEL/HELMOND – De gedwongen verkoop van drie vakantieparken van Peter Gillis is een beslissende fase verder. Schuldeiser Marc van Rooi uit Helmond heeft ingestemd met de hoogste biedingen op Prinsenmeer in Ommel, Brugse Heide in Valkenswaard en Stadsresort Valkenburg. Daarmee zijn de drie parken gegund aan drie verschillende kopers. Samen betalen zij 27,3 miljoen euro. Wie achter de kopende partijen zitten, is nog niet bekend. 
De gunning betekent dat de onzekerheid die na de executieveiling van 1 oktober nog bestond, grotendeels is verdwenen. Van Rooi heeft de bieders en hun mogelijkheden om de aankoop daadwerkelijk af te ronden laten beoordelen. Daarbij zijn geen omstandigheden gevonden die aanleiding gaven om de hoogste biedingen af te wijzen. 
Voor Prinsenmeer werd 20,6 miljoen euro geboden. Brugse Heide bracht 3,15 miljoen euro op en voor Stadsresort Valkenburg werd 3,55 miljoen euro neergeteld. Een poging om de drie parken tijdens de veiling vervolgens gezamenlijk voor een hoger bedrag te verkopen leverde geen beter bod op.
De nieuwe partijen zijn daarmee nog niet formeel als eigenaar in het Kadaster geregistreerd. De financiële en notariële afwikkeling volgt de komende weken. Bij onroerend goed is voor de juridische eigendomsoverdracht inschrijving van de betreffende akte in de openbare registers noodzakelijk. De afwikkeling zou mogelijk eind oktober kunnen plaatsvinden, maar daarvoor wordt een periode van maximaal ongeveer zes weken genoemd.

Einde van eigendom Gillis aan drie parken

Voor Peter Gillis betekent de gunning dat vaststaat dat hij de drie vakantieparken kwijtraakt. Daarmee komt echter niet automatisch een einde aan zijn financiële problemen.
Aan de executieverkoop ligt een lening van meer dan twintig miljoen euro ten grondslag die via M2R Invest werd verstrekt. Op de drie parken werden hypotheekrechten gevestigd. Nadat betalingen uitbleven, liep de vordering door rente verder op tot meer dan 27 miljoen euro. Sinds januari 2025 zou geen betaling meer op de lening zijn gedaan.
De 27,3 miljoen euro die de parken gezamenlijk opbrengen kan daarom niet simpelweg worden beschouwd als een bedrag waarmee alle schulden van Gillis zijn verdwenen. Ook de kosten van de executieverkoop moeten worden afgewikkeld. Daarnaast spelen andere financiële verplichtingen, waaronder belastingverplichtingen. 
Hoe groot een eventuele restschuld aan Van Rooi uiteindelijk is, kan pas nauwkeuriger worden vastgesteld wanneer de volledige financiële afwikkeling heeft plaatsgevonden.

Prinsenmeer alleen al 20,6 miljoen waard

Veruit het grootste bedrag wordt betaald voor Prinsenmeer. Het recreatieterrein in Ommel beslaat ongeveer 54 hectare en bracht 20,6 miljoen euro op. Dat is ruim drie miljoen euro meer dan de taxatiewaarde waarover voorafgaand aan de veiling discussie ontstond.
Gillis probeerde de executieverkoop nog via de rechter tegen te houden. Daarbij werd onder meer aangevoerd dat de parken te laag zouden zijn getaxeerd. De rechtbank zag onvoldoende grond om de veiling te blokkeren. Ook een verzoek om te bepalen dat de parken niet beneden een bepaald bedrag mochten worden gegund, werd afgewezen.
De biedingen laten inmiddels zien dat vooral voor Prinsenmeer aanzienlijke belangstelling bestond. Vanuit de recreatiesector is gemeld dat vier recreatiebedrijven aan het biedingsproces deelnamen. Uiteindelijk komen de drie parken bij drie verschillende kopers terecht. 

Wie de kopers zijn blijft geheim

De belangrijkste vraag die nu nog openstaat, is wie de nieuwe eigenaren worden.
De namen van de drie hoogste bieders zijn nog niet openbaar gemaakt. Daardoor is ook nog niet duidelijk of zij de parken zelf willen exploiteren, samenwerken met andere recreatiebedrijven of op termijn andere plannen met de terreinen hebben. 
Vooral rond Prinsenmeer is dat van groot belang. Op het terrein bevinden zich honderden chalets waarin particulieren soms tienduizenden euro's hebben geïnvesteerd.
Voor die groep betekent het akkoord met de bieders wel dat er eindelijk zicht komt op een nieuwe eigenaar, maar nog niet dat duidelijk is wat er met hun chalet of standplaats gebeurt.

Gemeente wil Prinsenmeer weer als recreatiebedrijf

Een belangrijk verschil met de situatie direct na de veiling is dat inmiddels duidelijker kan worden gekeken naar wat een nieuwe eigenaar daadwerkelijk met Prinsenmeer kan doen.
De gemeente Asten heeft aangegeven graag weer een goed functionerend recreatiebedrijf op de locatie te zien. Dat is volgens de gemeente niet alleen van belang voor gedupeerde chaleteigenaren, maar ook voor ondernemers en horeca in de omgeving. 
Een nieuwe eigenaar kan het park echter niet onmiddellijk weer openen. Voor exploitatie is opnieuw een vergunning nodig. Een nieuwe exploitant moet een aanvraag indienen en wordt daarbij ook aan een Bibob-onderzoek onderworpen. Volgens de gemeente kan die procedure meerdere maanden in beslag nemen. 
Dat betekent ook dat een nieuwe eigenaar niet simpelweg na de overdracht de slagboom kan openen en recreanten kan toelaten.
Tegelijkertijd kan een koper evenmin zonder meer besluiten de recreatieve bestemming los te laten en het terrein voor bijvoorbeeld woningbouw of een geheel andere ontwikkeling te gebruiken. Daarvoor zijn de geldende regels in het omgevingsplan en eventueel medewerking van de gemeente bepalend.

Chaletbezitters delen niet automatisch mee

Voor de chaletbezitters verandert door de gunning financieel voorlopig weinig.
Zij krijgen niet automatisch een deel van de 20,6 miljoen euro die voor Prinsenmeer wordt betaald. De opbrengst van de executieverkoop is bedoeld voor de afwikkeling van de executie en de schuldeisers die juridisch aanspraak kunnen maken op de opbrengst.
Wie ooit een chalet heeft gekocht of jarenlang voor een standplaats heeft betaald, wordt daardoor niet vanzelf schuldeiser met voorrang op de verkoopopbrengst.
De gemeente Asten benadrukt eveneens dat overeenkomsten over chalets en jaarplaatsen zijn gesloten tussen gebruikers en Oostappen. De gemeente is daarin geen contractspartij. 
Voor individuele recreanten kan het daarom nodig blijven om schade afzonderlijk te verhalen.

Eerdere chaletbezitter kreeg ruim 9.300 euro

Dat dergelijke procedures kans van slagen kunnen hebben, bleek al bij een rechtszaak rond een chalet op Prinsenmeer.
Een recreant betaalde in 2023 51.000 euro voor een chalet en nam vervolgens een standplaats op het vakantiepark in gebruik. Niet lang daarna werd Prinsenmeer gesloten.
De rechtbank Oost-Brabant oordeelde in september 2025 dat Oostappen de recreant had moeten waarschuwen voor het bestaande risico dat het park niet langer zou kunnen worden geëxploiteerd. Oostappen werd veroordeeld tot betaling van 9.312,26 euro aan reeds vastgestelde schade, plus rente en kosten. Over de mogelijke schade door waardeverlies van het chalet moest nog afzonderlijk worden afgerekend. 
De zaak geeft geen automatisch recht op schadevergoeding aan alle andere chaletbezitters. De positie van iedere recreant hangt onder meer af van het moment van aankoop, de overeenkomsten, de informatie die toen beschikbaar was en de aantoonbare schade.
De uitspraak is wel relevant omdat de rechter heeft vastgesteld dat Oostappen onder bepaalde omstandigheden een informatieplicht tegenover een koper had.

Nieuwe eigenaar bepaalt niet alles

De komst van een nieuwe eigenaar kan voor chaletbezitters wel een belangrijke omslag betekenen.
Wanneer Prinsenmeer opnieuw als vakantiepark wordt geëxploiteerd en de benodigde vergunningen worden verleend, ontstaat mogelijk ruimte om bestaande chalets en jaarplaatsen opnieuw onderdeel van het bedrijf te laten worden. Of de nieuwe eigenaar dat daadwerkelijk wil, is nog onbekend.
Ook zullen eventuele nieuwe contracten, tarieven en voorwaarden niet automatisch gelijk zijn aan de oude situatie.
De bestaande eigenaren van chalets kunnen daarom nog niet concluderen dat zij na de overdracht zonder meer naar hun oude standplaats terug kunnen keren.
Daar komt bij dat permanente bewoning ook onder een nieuwe eigenaar niet is toegestaan. De gemeente Asten heeft uitdrukkelijk aangegeven dat het eerdere handhavingsbesluit ook bij een andere eigenaar of exploitant blijft gelden. 

Eerst overdracht, daarna plannen

De belangrijkste volgende stap is nu de daadwerkelijke overdracht van de drie parken. Pas daarna zal waarschijnlijk duidelijk worden welke bedrijven achter de biedingen zitten en welke plannen zij hebben.
Voor Prinsenmeer wordt die bekendmaking extra belangrijk. Niet alleen vanwege het bedrag van 20,6 miljoen euro, maar vooral vanwege de honderden particuliere chaletbezitters die al jaren in onzekerheid zitten.
De gunning van 6 oktober haalt één groot vraagteken weg: de hoogste bieders krijgen de drie parken daadwerkelijk toegewezen. Maar voor Prinsenmeer beginnen de belangrijkste vragen nu pas.
Wie wordt de nieuwe eigenaar? Wil die partij het bestaande recreatiepark voortzetten? Wat gebeurt er met de jaarplaatsen? Welke positie krijgen de bestaande chalets? En hoe snel kan een nieuwe exploitant voldoen aan de eisen die de gemeente stelt?
De executieveiling heeft daarmee wel een einde gemaakt aan de strijd over wie de parken mag kopen, maar nog niet aan de onzekerheid rond hun toekomst.
loading

Loading