Sterke groei bushaltes Helmond blijkt grotendeels papieren werkelijkheid

10 okt , 16:33 • Helmond
220608 0758 Busstaking
Archiefbeeld, foto ter illustratie
HELMOND – Het aantal bushaltes in Helmond lijkt de afgelopen zes jaar spectaculair te zijn gestegen. Volgens landelijke cijfers groeide het aantal van 82 naar 130, een toename van bijna 59 procent. Daarmee behoort Helmond op papier tot de grootste stijgers van Nederland. In werkelijkheid is het reguliere busnetwerk nauwelijks uitgebreid. De opmerkelijke groei heeft vooral te maken met veranderingen in de registratie van haltes tijdens een eerdere proef met flexibel openbaar vervoer.
De cijfers komen voort uit een landelijke inventarisatie van het aantal actieve bushaltes tussen 2020 en 2026. Terwijl in grote delen van Nederland haltes verdwenen, lijkt Helmond juist fors te hebben geïnvesteerd in nieuwe opstapplaatsen. Alleen de Limburgse gemeente Mook en Middelaar laat procentueel een nog grotere groei zien.
De werkelijkheid is echter minder spectaculair. De toename betekent niet dat er 48 nieuwe haltes voor reguliere lijnbussen zijn aangelegd. Een belangrijk deel van het verschil is ontstaan doordat bestaande haltes tijdelijk een andere functie kregen en daardoor anders in de landelijke gegevens werden opgenomen.

Bravoflex veranderde het busvervoer

De verklaring ligt in de introductie van Bravoflex. Met dit vervoersconcept werd vanaf eind 2017 in Helmond geëxperimenteerd. Verschillende traditionele stadsbuslijnen maakten plaats voor kleinere voertuigen die alleen reden wanneer reizigers vooraf een rit reserveerden.
Het systeem werkte zonder vaste dienstregeling. Reizigers konden telefonisch of via een app vervoer bestellen tussen aangewezen haltes. Daarmee bleef openbaar vervoer beschikbaar op locaties waar een reguliere busverbinding was verdwenen.
Die verandering had gevolgen voor de registratie. Verschillende bestaande bushaltes werden niet langer door lijnbussen bediend, maar bleven wel beschikbaar voor Bravoflex. Daardoor verdwenen ze tijdelijk uit de telling van reguliere bushaltes.
Tegelijkertijd kwamen er nieuwe opstappunten speciaal voor het flexibele vervoer. Volgens de gemeente werden tijdens de oorspronkelijke proef zeventien aanvullende Bravoflex-haltes gerealiseerd. Zo kwamen er eind 2019 onder meer opstapmogelijkheden bij de Markt, de Cacaofabriek en andere locaties in het centrum.

Proef bleek te kostbaar

Hoewel Bravoflex nieuwe reismogelijkheden bood, bleek de oorspronkelijke uitvoering financieel moeilijk vol te houden.
Voor de coronapandemie maakten gemiddeld ongeveer 110 reizigers per dag gebruik van de dienst. Bijna de helft van de ritten had een treinstation als vertrekpunt of bestemming.
De exploitatiekosten vormden het grootste probleem. Er moesten voertuigen en chauffeurs beschikbaar blijven, ook op momenten dat niemand een rit had gereserveerd. Daardoor waren de kosten in verhouding tot het aantal reizigers te hoog.
Eind 2020 werd de proef beëindigd. In 2021 keerden de stadsbuslijnen 52, 53, 54 en 55 terug, onder meer voor verbindingen met Brouwhuis, Rijpelberg en Stiphout.
Met die terugkeer werden bestaande halteplaatsen opnieuw gebruikt voor regulier lijnvervoer. Ook in de landelijke registratie veranderde daardoor de status van verschillende haltes.

Bravoflex keerde terug in andere vorm

In juni 2024 kreeg Helmond opnieuw een Bravoflex-dienst. Ditmaal werd gekozen voor een andere aanpak, waarbij aansluiting werd gezocht bij het bestaande regionale taxivervoer en het vervoer voor mensen met een Wmo-indicatie.
Door vervoerscapaciteit te combineren, kunnen de kosten beter worden beheerst dan bij het oorspronkelijke systeem met afzonderlijk beschikbare voertuigen.
Ook werden extra opstappunten toegevoegd in wijken waar het reguliere busvervoer beperkt is. Onder meer Dierdonk, Brandevoort en Helmond-West kregen aanvullende mogelijkheden om een treinstation te bereiken.
Sinds maart 2026 maakt Helmond bovendien deel uit van de regionale Bravoflex-dienst in Zuidoost-Brabant. Het vervoersconcept is inmiddels in heel Noord-Brabant beschikbaar en verbindt bestaande bushaltes en speciale flexhaltes met grotere overstappunten.

Meer haltes betekent niet automatisch beter busvervoer

De situatie in Helmond laat zien dat aantallen bushaltes niet zonder meer iets zeggen over de ontwikkeling van het openbaar vervoer.
Een halte waar meerdere keren per uur een lijnbus stopt, biedt een andere vorm van bereikbaarheid dan een opstappunt waar reizigers vooraf vervoer moeten reserveren. Beide kunnen in vervoersgegevens als halte voorkomen, terwijl het daadwerkelijke aanbod sterk verschilt.
Dat onderscheid is belangrijk bij het vergelijken van gemeenten. Landelijk verdwenen tussen 2020 en eind september 2026 ruim 1.100 actieve bushaltes. Vooral in landelijke gebieden nam het aantal af.
Helmond vormt volgens de statistieken een opvallende uitzondering, maar die positie zegt vooral iets over de veranderingen in het lokale vervoerssysteem en de manier waarop haltes worden geregistreerd.
De stad heeft tegenwoordig meer mogelijkheden voor vervoer op aanvraag, maar van een vergelijkbare uitbreiding van het reguliere lijnbusnetwerk is geen sprake. De opvallende stijging van het aantal bushaltes is daarmee grotendeels een administratief verschijnsel.
loading

Loading