HELMOND – De Automotive Campus in Helmond kreeg donderdag bezoek van politici uit Den Haag, Brussel en het Helmondse stadsbestuur. Tweede Kamerlid Wendy van Eijk, Europarlementariër Mohammed Chahim, burgemeester Sjoerd Potters en wethouder Theo Manders lieten zich bijpraten over de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Het bezoek komt op een opvallend moment: de campus staat aan de vooravond van een nieuwe ontwikkelingsfase waarbij gemeente en provincie een veel grotere rol willen gaan spelen.
Op de Automotive Campus werken bedrijven, kennisinstellingen en onderwijsorganisaties op één locatie aan nieuwe technieken voor mobiliteit en energie. Daarbij gaat het allang niet meer uitsluitend om de traditionele auto-industrie. Elektrisch rijden, waterstof, voertuigsoftware, autonoom rijden, energieopslag en datagestuurde mobiliteit spelen een steeds grotere rol.
Ook het middelbaar beroepsonderwijs heeft er een vaste plek. Summa verzorgt in Helmond verschillende opleidingen op het gebied van automotive, mobiliteit en logistiek. Studenten werken daarbij niet alleen in leslokalen, maar krijgen opdrachten die zoveel mogelijk aansluiten bij vraagstukken uit het bedrijfsleven.
Tijdens het bezoek vertelden onderwijsdirecteur Roel Akkerman en Summa-bestuursvoorzitter Annemarie Moons over die manier van werken. Het onderwijs is deels projectgericht opgezet, waarbij studenten ruimte krijgen om in hun eigen tempo aan praktijkopdrachten te werken. Bedrijven uit de regio worden daarbij betrokken als opdrachtgever, leverancier van kennis of leerbedrijf.
Van schoolbank naar innovatie
Dat praktijkonderwijs krijgt soms een opvallend internationaal vervolg. Studenten van Summa Automotive deden deze zomer mee aan het wereldkampioenschap van de Hydrogen Grand Prix in het Zwitserse Bulle. Met zelf ontwikkelde voertuigen op waterstof eindigden de Helmondse teams als derde en vierde in de hoogste klasse.
Dergelijke projecten zijn meer dan een studentenwedstrijd. Nieuwe aandrijftechnieken en digitale systemen zorgen ervoor dat het werk in garages, transportbedrijven en de voertuigindustrie snel verandert. Daarmee verandert ook de kennis die toekomstige monteurs, technici en andere vakmensen nodig hebben.
Juist die koppeling tussen bedrijven en onderwijs is voor de Brainportregio belangrijk. Technische ondernemingen hebben al jaren moeite om voldoende geschoold personeel te vinden, terwijl de economische groei in de regio naar verwachting doorzet. Helmond houdt zelf rekening met ongeveer 10.000 extra arbeidsplaatsen tot 2040.
Campus staat voor grote verandering
Het politieke bezoek vindt plaats terwijl achter de schermen belangrijke beslissingen over de toekomst van de Automotive Campus worden voorbereid.
De gemeente Helmond en de provincie Noord-Brabant willen ieder de helft van de aandelen van de campus in handen krijgen. Daarmee willen beide overheden meer zeggenschap krijgen over de ontwikkeling van het terrein, de gebouwen en de bedrijven die zich er vestigen. Het gaat om zeven gebouwen op ongeveer 4,5 hectare grond.
De definitieve financiële besluiten moeten nog worden genomen. Voor Helmond staat de behandeling daarvan voor september op de planning, waarna ook Provinciale Staten zich over de plannen buigen. Wanneer beide overheden instemmen, kan de overdracht daarna worden afgerond.
Daarmee zou een ontwikkeling die jarenlang mede door private partijen werd bepaald veel nadrukkelijker onder publieke regie komen te staan.
De ambities beperken zich bovendien mogelijk niet tot het bestaande terrein. Helmond heeft inmiddels een voorkeursrecht gevestigd op vier percelen aan de oostzijde van de campus. Samen gaat het om ongeveer 3,8 hectare. Concrete bouwplannen zijn er nog niet, maar de gemeente wil voorkomen dat de grond wordt verkocht voordat duidelijk is hoe het gebied in de toekomst kan worden gebruikt.
Onder meer ruimte voor startende en groeiende technologiebedrijven en uitbreiding van onderwijsvoorzieningen worden daarbij als mogelijkheden genoemd.
Belang verder dan Helmond
Daarmee krijgt het bezoek van de politici een bredere betekenis. De vraag is niet alleen welke opleidingen Summa op de campus aanbiedt, maar ook hoe onderwijs, bedrijven en overheid gezamenlijk voldoende technisch talent kunnen opleiden voor een sector die ingrijpend verandert.
Dat bij het bezoek zowel lokale bestuurders als een Tweede Kamerlid en een Europarlementariër aanwezig waren, onderstreept bovendien dat de ontwikkelingen op de Helmondse campus inmiddels op meerdere bestuurlijke niveaus worden gevolgd.
Voor Helmond ligt er tegelijkertijd een kans én een opdracht. De Automotive Campus moet niet alleen een plaats blijven waar nieuwe mobiliteitstechnieken worden bedacht en getest, maar ook een plek worden waar bedrijven het personeel vinden dat nodig is om die innovaties uiteindelijk daadwerkelijk toe te passen.