HELMOND – Een carnavalswagen begint met hout, piepschuim, verf en vooral honderden uren werk. Ook achter een opvallend kostuum, een masker of een carnavalslied zit veel meer dan alleen een paar dagen feest. Museum Helmond wil juist die creatieve kant van carnaval zichtbaar maken. Samen met twee andere Brabantse musea wordt de komende anderhalf jaar onderzocht wat er gebeurt wanneer volkscultuur en beeldende kunst elkaar ontmoeten.
In Helmond draait het daarbij vooral om de makers. Museum Helmond werkt met beeldend kunstenaar Yasser Ballemans aan het Carnaval Atelier, een project waarin de plaatselijke carnavalstraditie niet alleen wordt bekeken, maar ook onderzocht en verder ontwikkeld.
Ballemans trekt als zogenoemde Carnaval Alchemist door de stad. Zijn centrale vraag klinkt eenvoudig: wat is het ‘goud’ van het Helmondse carnaval? Het antwoord moet vooral van Helmonders zelf komen.
Zoektocht begon al eerder in Helmond
Die zoektocht is niet nieuw. Het project begon al in de zomer van 2025 in Kasteel Helmond. Bezoekers konden daar aangeven wat zij waardevol vinden aan carnaval. Vervolgens verplaatste het atelier zich naar verschillende plekken in de stad.
Begin dit jaar bezocht Ballemans onder meer wijkcentra De Geseldonk en Westwijzer. Bewoners werden daar niet alleen geïnterviewd over hun carnavalservaringen, maar konden ook zelf iets maken. Tijdens carnaval ging de kunstenaar nog een stap verder: hij liep op één dag verschillende uren met Helmonders mee om het feest vanuit hun perspectief te beleven.
Vanaf 11 november wordt die zoektocht voortgezet. De ervaringen, verhalen en ideeën die tijdens de verschillende fases worden verzameld, moeten uiteindelijk materiaal opleveren voor een veel groter project.
Kunsthal wordt groot carnavalsatelier
Dat eindpunt ligt voorlopig in het najaar van 2027. Vanaf 12 oktober verandert Kunsthal Helmond in een groot Carnaval Atelier.
Bezoekers krijgen daar niet uitsluitend kunstwerken voorgeschoteld. Het moet nadrukkelijk ook een werkplaats worden. Professionele kunstenaars en mensen die normaal gesproken carnavalswagens, pakken, hoofddeksels en andere attributen maken, komen er naast elkaar te staan.
Daarmee vervaagt bewust de grens tussen professionele kunst en de creativiteit die ieder jaar in loodsen, schuren, huiskamers en verenigingsgebouwen ontstaat.
Bezoekers worden bovendien zelf maker. Het plan is om verschillende werkplekken in te richten waar onder meer kostuums, maskers en hoofddeksels kunnen ontstaan. Opvallend is dat Museum Helmond inmiddels ook een einddatum voor de tentoonstelling noemt: het Carnaval Atelier staat gepland tot en met 5 maart 2028.
Meer dan alleen lol maken
De keuze om carnaval in een kunstmuseum te behandelen is minder vreemd dan op het eerste gezicht lijkt. In één optocht komen immers allerlei disciplines samen: ontwerp, beeldhouwkunst, schilderkunst, mode, theater, muziek, performance, satire en techniek.
Daar komt een sociale laag bij. Carnavalsgroepen werken soms maanden gezamenlijk aan iets dat na enkele dagen alweer wordt afgebroken. Veel kennis wordt daarbij niet op school geleerd, maar binnen families, vriendengroepen en verenigingen doorgegeven.
Juist dat maakproces staat in Helmond centraal. Niet alleen het eindresultaat telt, maar ook de manier waarop mensen samen iets bedenken en uitvoeren.
Voor Ballemans sluit dat aan op zijn bredere werk als kunstenaar. Hij houdt zich vaker bezig met de rol van kunst binnen rituelen, optochten, herdenkingen en andere gezamenlijke gebeurtenissen. Ook traditionele technieken, versieringen en ornamenten spelen daarin een rol.
Brabantse samenwerking
Helmond staat niet alleen in die zoektocht. Stedelijk Museum Breda en Het Noordbrabants Museum in Den Bosch bekijken carnaval ieder vanuit een andere hoek.
In Breda staat vanaf 11 september de tentoonstelling Vincen Beeckman – Parade op het programma. De Belgische fotograaf richt zich vooral op de mensen achter het feest en op vragen rond identiteit, gemeenschap en de vrijheid om tijdelijk iemand anders te zijn. De tentoonstelling loopt tot 11 april 2027.
Het Noordbrabants Museum kiest vanaf 14 november voor een andere aanpak. In elf – Cult & Carnaval krijgt kunstenaar en voormalig prins carnaval Erik Kessels veel ruimte om de beeldtaal, rituelen en absurditeit van carnaval naar het museum te vertalen. Die tentoonstelling duurt tot 21 maart 2027.
Helmond volgt daarna met het maakproces. Zo ontstaat verspreid over drie steden een drieluik: in Breda staat de mens centraal, Den Bosch kijkt naar de beeldcultuur en Helmond naar degenen die het carnaval letterlijk en figuurlijk bouwen.
Is carnaval dan kunst?
Daarmee beantwoorden de musea de vraag eigenlijk niet met een simpel ja of nee.
Een metershoge wagen die na maanden bouwen door de stad rijdt, een extravagant kostuum dat maar één keer wordt gedragen of een groep mensen die gezamenlijk een compleet fictief universum bedenkt, past niet altijd binnen de traditionele definitie van museumkunst.
Maar precies dat spanningsveld maakt het interessant.
In Helmond wordt carnaval daarom niet opgepoetst om het geschikt te maken voor een museumzaal. De bedoeling is eerder het tegenovergestelde: de manier van werken die normaal buiten het museum plaatsvindt, wordt naar binnen gehaald.
En dan wordt de oorspronkelijke vraag misschien minder belangrijk. Want of een Helmondse carnavalsmaker zichzelf nu kunstenaar, bouwer, ontwerper of gewoon carnavalsvierder noemt: zonder die makers bestaat het feest niet.