HELMOND – De gemeente Helmond heeft groen licht gegeven voor een van de grootste economische investeringen van de stad van de afgelopen jaren. Samen met de provincie Noord-Brabant wil Helmond de Automotive Campus volledig in publieke handen brengen. Met de operatie is ruim 60 miljoen euro gemoeid. De gemeenteraad heeft ingestemd met het Helmondse deel van de aankoop. Provinciale Staten moeten in oktober nog een definitief besluit nemen.
Met de overname krijgen gemeente en provincie uiteindelijk ieder de helft van de aandelen in de onderneming waarin een belangrijk deel van het vastgoed van de campus is ondergebracht. Daarmee komt een einde aan een situatie waarin grond en gebouwen over verschillende publieke en private eigenaren waren verdeeld.
Die versnippering wordt al langer gezien als een rem op de verdere ontwikkeling van het terrein. Nieuwe gebouwen, uitbreidingen en investeringen vragen nu afstemming tussen verschillende eigenaren. Door grond, vastgoed en de ontwikkeling van de campus zoveel mogelijk vanuit één publieke koers aan te sturen, willen Helmond en Brabant sneller kunnen handelen.
Zeven gebouwen in één pakket
De voorgenomen transactie draait om zeven gebouwen op ongeveer 4,5 hectare. Een belangrijk deel daarvan is nu ondergebracht bij Campus Sui Moveo, verbonden aan het Veghelse Bouwbedrijf Van de Ven.
De gesprekken over de toekomst van de campus lopen al jaren. Aanvankelijk werd gewerkt aan een nieuwe publiek-private samenwerking tussen Van de Ven, Helmond en de provincie. Tijdens die gesprekken ontstond eind 2025 een andere mogelijkheid: het private vastgoed volledig overnemen.
Begin dit jaar werd daarvoor een intentieovereenkomst gesloten. Enkele maanden later bereikten de partijen overeenstemming over de hoofdlijnen van de aankoop en de toekomstige samenwerking.
Met het besluit van de Helmondse gemeenteraad is nu een belangrijke bestuurlijke hobbel genomen. De provincie volgt met haar definitieve besluitvorming in oktober. Wanneer ook daar voldoende steun is, kan de overdracht van de aandelen kort daarna plaatsvinden.
Bijna tweeduizend mensen werken en leren op campus
De Automotive Campus is veel meer dan een verzameling bedrijfsgebouwen. Bedrijven, onderzoekers, onderwijsinstellingen en overheden werken er naast en met elkaar. In totaal werken en studeren er inmiddels bijna tweeduizend mensen.
Onder meer TNO, onderwijsinstellingen en verschillende bedrijven uit de mobiliteits- en technologiesector zijn op het terrein actief. Daarbij gaat het al lang niet meer uitsluitend om de traditionele auto-industrie.
Onderzoek en ontwikkeling richten zich steeds nadrukkelijker op elektrische aandrijving, batterijtechnologie, laadtechniek, voertuigveiligheid, digitalisering, autonome mobiliteit en energiesystemen. Juist die combinatie maakt het terrein voor de overheden strategisch belangrijk.
Campus begon in 2009
De wortels van de campus gaan terug tot de periode waarin Helmond zich nadrukkelijker wilde profileren als centrum voor de Nederlandse automotive-industrie. TNO besloot zijn automotive-activiteiten vanuit Delft naar Helmond te verplaatsen en bracht hier vanaf 2008 belangrijke onderzoeksfaciliteiten onder.
Een jaar later werd de High Tech Automotive Campus officieel opgericht. Het uitgangspunt was vanaf het begin dat bedrijven, kennisinstellingen, onderwijs en overheid dicht bij elkaar zouden werken en gezamenlijk gebruik konden maken van onderzoeks- en testvoorzieningen.
In de jaren daarna groeide het terrein verder. Nieuwe opleidingen, laboratoria, testfaciliteiten en bedrijven vestigden zich in Helmond. De naam werd uiteindelijk verkort tot Automotive Campus, terwijl ook de inhoud veranderde. De nadruk verschoof steeds meer van klassieke voertuigtechniek naar slimme en duurzame mobiliteit.
Batterijtechnologie steeds belangrijker
Een van de gebieden waarop Helmond de komende jaren verder wil groeien is batterijtechnologie. De provincie investeert onder meer in de komst van het Open Battery Industrialisation Centre. Dat moet een landelijke voorziening worden waar bedrijven batterijtechnologie kunnen testen en voorbereiden op industriële productie.
Daarmee krijgt de campus niet alleen betekenis voor personenauto's. Batterij- en aandrijftechnologie wordt eveneens ontwikkeld voor vrachtwagens, bussen, machines en andere vormen van vervoer.
Dat past in de bredere verschuiving binnen de Europese industrie. Autofabrikanten en toeleveranciers proberen minder afhankelijk te worden van technologie en productieketens buiten Europa. Voor Helmond en de provincie is dat een extra reden om strategische locaties en voorzieningen niet volledig aan de markt over te laten.
Voorkomen dat campus in buitenlandse handen komt
Bij de overname speelt daarom niet alleen economische ontwikkeling een rol. Gemeente en provincie willen ook voorkomen dat het vastgoed uiteindelijk terechtkomt bij een buitenlandse investeerder die andere belangen heeft dan de verdere ontwikkeling van de campus.
Dat scenario speelde enkele jaren geleden nadrukkelijker op nadat de High Tech Campus Eindhoven van eigenaar wisselde. Ook rond de Helmondse campus werd daardoor opnieuw gekeken naar de vraag hoeveel invloed de overheid zelf wilde behouden.
De koers is inmiddels vrijwel tegenovergesteld aan eerdere plannen om delen van de Automotive Campus verder te privatiseren. In plaats daarvan kiezen Helmond en Brabant nu juist voor volledige publieke zeggenschap over het belangrijkste vastgoed.
Ook grond rond campus in beeld
De ambities beperken zich bovendien niet tot de zeven gebouwen die nu worden overgenomen. Aan de oostkant van de Automotive Campus heeft Helmond eerder dit jaar een gemeentelijk voorkeursrecht gevestigd op vier percelen met gezamenlijk ongeveer 3,8 hectare grond.
Daarmee krijgt de gemeente bij verkoop als eerste de mogelijkheid om die terreinen te kopen. Een van de redenen daarvoor is dat Helmond grondspeculatie rond de campus wil voorkomen.
Voor die gronden ligt nog geen concreet bouwplan klaar. Wel wordt rekening gehouden met een intensiever gebruik voor activiteiten die bij de campus passen. Daarbij worden onder meer ruimte voor startende en snelgroeiende technologiebedrijven, onderwijs en andere automotive-gerelateerde voorzieningen genoemd.
Meer ruimte voor starters en groeibedrijven
Juist die bedrijven moeten een grotere rol krijgen in de volgende ontwikkelingsfase. Helmond wil voorkomen dat de campus vooral een verzameling gevestigde organisaties wordt. Nieuwe ondernemingen moeten er kunnen beginnen en vervolgens voldoende ruimte krijgen om door te groeien zonder de regio te hoeven verlaten.
Daarvoor zijn niet alleen kantoor- en bedrijfsruimten nodig, maar ook laboratoria, testmogelijkheden, technische infrastructuur en aansluiting op onderwijs en onderzoeksinstellingen.
De overheden verwachten dat gezamenlijke zeggenschap het eenvoudiger maakt om zulke investeringen over een langere periode te plannen.
Publieke investering moet ook financieel renderen
De ruim 60 miljoen euro moet daarom niet uitsluitend worden gezien als subsidie aan de campus. Gemeente en provincie kopen daarvoor aandelen en vastgoedbelangen met een economische waarde. Uitgangspunt is dat huurinkomsten en toekomstige ontwikkelingen een financieel rendement opleveren.
Tegelijkertijd blijft het een omvangrijke investering met risico's. De waardeontwikkeling van vastgoed, leegstand, onderhoudskosten en de snelheid waarmee nieuwe bedrijven zich vestigen hebben uiteindelijk invloed op het resultaat.
De keuze is daarmee ook een langetermijnbesluit. De overheden verbinden zich niet alleen aan de aankoop, maar worden als aandeelhouder rechtstreeks verantwoordelijk voor de toekomstige koers van een campus die verder moet groeien.
Helmond wil positie binnen Brainport versterken
Voor Helmond gaat het uiteindelijk om meer dan het terrein langs de Steenovenweg. De stad probeert binnen Brainport een duidelijk eigen economisch profiel te behouden naast Eindhoven, Veldhoven en andere gemeenten in de regio.
Waar Eindhoven sterk verbonden is met semiconductor- en hightechbedrijven en Veldhoven met de chipindustrie, heeft Helmond zich al jaren gepositioneerd rond automotive, slimme mobiliteit en nieuwe energiesystemen.
Met de aankoop van de campus kiest de stad ervoor die positie voor langere tijd zelf te bewaken.
Als Provinciale Staten in oktober eveneens instemmen, kunnen gemeente Helmond en provincie Noord-Brabant ieder voor 50 procent eigenaar worden. Daarmee begint voor de Automotive Campus, zeventien jaar na de officiële start, een nieuwe fase waarin de belangrijkste grond en gebouwen voor het eerst vanuit één gezamenlijke publieke koers kunnen worden ontwikkeld.