HELMOND – Een oudere krijgt na een ziekenhuisopname andere medicijnen, de thuiszorg werkt nog met de oude gegevens en bij de apotheek blijkt weer een ander overzicht aanwezig. Het is precies het soort situatie waarvoor de landelijke zorginspectie opnieuw waarschuwt. In Helmond en De Peel zijn opvallend veel voorzieningen ingericht om zulke fouten te voorkomen. Huisartsen, apotheken en wijkverpleging werken samen, medicatiegegevens kunnen digitaal worden gedeeld en bij kwetsbare ouderen wordt het gebruik van veel verschillende medicijnen gezamenlijk besproken. Toch ontbreekt één cruciaal gegeven: niemand kan op basis van openbare cijfers zeggen hoe vaak het in Helmond daadwerkelijk misgaat.
Vooral bij ouderen die zelfstandig wonen kan medicijngebruik ingewikkeld worden. Wie meerdere aandoeningen heeft, krijgt soms recepten van verschillende artsen. Daar kunnen medicijnen van de drogist, tijdelijke kuren en middelen die na een ziekenhuisopname worden gewijzigd nog bijkomen.
Zolang iemand het overzicht zelf goed kan bewaren, hoeft dat geen probleem te zijn. Maar wanneer geheugenproblemen ontstaan, de gezondheid achteruitgaat of wijkverpleging en mantelzorgers betrokken raken, groeit het aantal mensen dat afhankelijk is van dezelfde actuele informatie.
En juist daar zit een risico.
Een wijziging die bij één partij wel en bij een andere niet bekend is, kan betekenen dat een patiënt een middel te lang blijft gebruiken, een verkeerde dosis krijgt of medicijnen dubbel inneemt.
Helmond heeft eigen programma voor kwetsbare ouderen
In Helmond en De Peel bestaat al een georganiseerd zorgprogramma voor kwetsbare ouderen. Rond deze groep werken huisartsen onder meer samen met De Zorgboog en Savant Zorg.
Daarbij gaat de aandacht nadrukkelijk ook uit naar het medicijngebruik.
Binnen een regionale projectgroep worden huisartsen en wijkverpleegkundigen dichter bij elkaar gebracht. Ook worden multidisciplinaire overleggen ondersteund waarbij zogenoemde polyfarmacie aan de orde kan komen.
Polyfarmacie betekent dat iemand verschillende geneesmiddelen tegelijkertijd gebruikt. Vooral bij kwetsbare ouderen is dat een belangrijk aandachtspunt. Niet alleen omdat de kans op vergissingen toeneemt, maar ook omdat geneesmiddelen elkaar kunnen beïnvloeden of omdat een middel dat ooit terecht werd voorgeschreven jaren later niet meer noodzakelijk blijkt.
Het gezamenlijk bekijken van de complete medicatielijst is daarom minstens zo belangrijk als het voorschrijven van een nieuw geneesmiddel.
Digitaal systeem moet voorkomen dat iedereen een ander lijstje heeft
Helmond heeft bovendien een voorziening die opvallend goed aansluit bij een van de problemen waarvoor landelijk wordt gewaarschuwd: verschillende zorgverleners die niet altijd over dezelfde actuele informatie beschikken.
Voor de ouderenzorg in de regio wordt gebruikgemaakt van een digitaal communicatieplatform waarmee betrokken zorgverleners informatie rond een kwetsbare oudere kunnen delen.
Daarbinnen bestaat ook een koppeling met medicatiegegevens uit apotheken. Wanneer die koppeling wordt gebruikt, kan de actuele medicatie binnen de digitale omgeving zichtbaar worden gemaakt. Ook een mantelzorger kan inzage krijgen in de medicijnen, zonder zelf geneesmiddelen te kunnen bestellen.
Dat lijkt een technisch detail, maar raakt aan een fundamenteel probleem in de ouderenzorg.
Een wijkverpleegkundige die bij iemand thuis komt, een huisarts die een middel voorschrijft en een apotheker die de medicijnen verstrekt, moeten allemaal van dezelfde werkelijkheid uitgaan.
Juist wanneer informatie in verschillende afzonderlijke systemen staat, kan een wijziging tussen wal en schip raken.
Apothekers organiseren zich regionaal
Ook de apotheken in Helmond en de omliggende Peelgemeenten werken regionaal samen. In totaal zijn 22 apotheken uit Helmond, Asten, Deurne, Laarbeek, Someren en Gemert-Bakel aangesloten bij de regionale apothekersorganisatie.
Die groep levert farmaceutische zorg aan een gebied met ruim 215.000 inwoners.
Van belang is dat de samenwerking zich niet uitsluitend beperkt tot de apotheken onderling. Ook samenwerking met huisartsen, wijkzorg en ziekenhuis behoort nadrukkelijk tot de regionale aanpak.
Dat maakt de apotheker steeds meer onderdeel van het zorgnetwerk rond een oudere en minder uitsluitend de plek waar een doosje medicijnen wordt afgehaald.
Voor kwetsbare ouderen kan juist die bredere rol belangrijk zijn. De apotheker beschikt immers over een groot deel van de medicatiehistorie en kan bijvoorbeeld signaleren wanneer combinaties van geneesmiddelen problemen kunnen veroorzaken.
Ziekenhuis naar huis blijft kwetsbaar moment
Een extra risico ontstaat wanneer iemand na een ziekenhuisopname weer naar huis gaat.
In het Elkerliek ziekenhuis is daarom expliciet aandacht voor medicatie bij ontslag. Patiënten krijgen het advies om een actueel medicatieoverzicht te vragen en ervoor te zorgen dat veranderingen ook bij huisarts en eigen apotheek bekend zijn.
Het ziekenhuis beschikt bovendien over een eigen apotheek die als schakel functioneert tussen ziekenhuis, huisarts en de vaste apotheek van de patiënt.
Dat is niet onbelangrijk. Tijdens een opname kan een specialist een medicijn stoppen, de dosering veranderen of juist een nieuw geneesmiddel toevoegen. Eenmaal thuis moet die informatie vervolgens op verschillende plaatsen terechtkomen.
Wanneer daar vertraging in optreedt, kan juist in de eerste dagen na thuiskomst verwarring ontstaan.
De aanwezigheid van een ziekenhuisapotheek neemt dat risico niet automatisch weg, maar zorgt wel voor een extra plek waar de overdracht kan worden gecontroleerd.
Samenwerking in 2025 verder aangescherpt
De organisatie rond kwetsbare ouderen in Helmond en De Peel is bovendien vrij recent verder aangescherpt.
Begin 2025 maakten huisartsenorganisatie Elan, De Zorgboog en Savant Zorg nieuwe gezamenlijke afspraken over de behandeling van thuiswonende ouderen in een kwetsbare gezondheidssituatie.
Daarbij is vastgelegd hoe huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde elkaar kunnen inschakelen voor diagnostiek, behandeladvies en gezamenlijke behandeling.
Het doel daarvan is breder dan alleen medicatieveiligheid. De samenwerking moet voorkomen dat de gezondheid van ouderen zover verslechtert dat een crisis of spoedopname ontstaat.
Medicijngebruik speelt daarin echter bijna onvermijdelijk een rol. Zodra verschillende professionals gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een kwetsbare patiënt, wordt het ook belangrijk dat duidelijk is wie wijzigingen beoordeelt, wie controleert wat iemand werkelijk gebruikt en wie actie onderneemt wanneer iets niet klopt.
Ook wijkverpleegkundigen hebben belangrijke signaleringsfunctie
Daarbij zijn de mensen die daadwerkelijk bij de oudere thuiskomen misschien wel minstens zo belangrijk als het digitale systeem.
Een huisarts ziet wat wordt voorgeschreven. Een apotheker ziet wat wordt verstrekt. Maar een wijkverpleegkundige ziet soms wat er daadwerkelijk gebeurt.
Blijven zakjes met medicijnen ongeopend liggen? Heeft iemand losse doosjes naast een medicijnrol staan? Wordt een slaapmiddel anders gebruikt dan bedoeld? Is iemand na een medicijnwijziging plotseling suf, duizelig of verward?
Dat zijn signalen die vooral in de thuissituatie zichtbaar worden.
De regionale samenwerking tussen huisartsen en de grote thuiszorgorganisaties in Helmond is daarom relevant voor medicatieveiligheid. De wijkverpleging wordt daarmee niet alleen uitvoerder van zorg, maar ook een belangrijke informatiebron voor huisarts en apotheker.
Technologie neemt deel medicijnzorg over
Daar komt nog een ontwikkeling bij. In de thuiszorg in de regio worden medicijndispensers ingezet.
Zo'n apparaat geeft op vooraf ingestelde momenten de medicijnen vrij en waarschuwt de gebruiker dat het tijd is ze in te nemen. Wanneer iemand niet reageert, kan daarvan automatisch een melding worden gemaakt.
Voor een oudere die nog voldoende zelfstandig is, kan zo'n voorziening betekenen dat niet telkens een zorgmedewerker hoeft langs te komen om medicijnen aan te reiken.
Dat past in een bredere ontwikkeling binnen de ouderenzorg: mensen langer zelfstandig laten functioneren en schaarse wijkverpleging inzetten waar menselijke zorg daadwerkelijk noodzakelijk is.
Maar juist daar ontstaat een nieuwe verantwoordelijkheid.
Een medicijndispenser kan alleen de juiste medicijnen op het juiste moment aanbieden wanneer het systeem dat eraan voorafgaat klopt. Een verkeerd of verouderd medicatieschema wordt door technologie niet vanzelf een juist schema.
Digitalisering kan een menselijke fout voorkomen, maar kan een fout in de bron ook uiterst consequent blijven herhalen.
Zorgnetwerk is er, resultaat is moeilijk te meten
Op papier beschikt Helmond daarmee over opvallend veel onderdelen die nodig zijn om medicijngebruik door kwetsbare ouderen veiliger te maken.
Er is georganiseerd overleg over kwetsbare ouderen. Polyfarmacie maakt onderdeel uit van multidisciplinaire bespreking. Huisartsen en wijkverpleegkundigen werken samen. Medicatiegegevens kunnen digitaal worden ontsloten. Apothekers hebben zich regionaal georganiseerd. Het ziekenhuis probeert de overgang naar huis te bewaken en thuiszorgorganisaties gebruiken technologie om het innemen van medicijnen te ondersteunen.
Daarmee heeft de regio een aanzienlijk deel van de infrastructuur staan waar landelijk om wordt gevraagd.
Maar vervolgens komt de moeilijkste vraag.
Werkt het ook?
Daarover is veel minder bekend.
Er zijn geen openbaar beschikbare Helmondse cijfers gevonden waaruit blijkt hoeveel medicatiefouten jaarlijks voorkomen bij zelfstandig wonende ouderen. Ook is niet openbaar inzichtelijk hoeveel bijna-fouten door huisartsen, apotheken en wijkverpleging gezamenlijk worden geregistreerd en besproken.
Evenmin kan uit openbare informatie worden afgeleid of het aantal medicatie-incidenten na invoering van de regionale samenwerkingsstructuren is afgenomen.
Dat onderscheid is belangrijk.
Een goed georganiseerde samenwerking verkleint risico's, maar vormt op zichzelf nog geen bewijs dat er minder patiënten schade oplopen.
Juist bijna-fouten kunnen veel vertellen
Voor Helmond ligt daar mogelijk de volgende stap.
Niet alleen ernstige medicatiefouten zijn interessant. Juist situaties waarin het nog nét goed ging, kunnen inzicht geven in zwakke plekken.
Een wijkverpleegkundige die ontdekt dat een medicatielijst niet klopt. Een apotheker die merkt dat een geneesmiddel dubbel is voorgeschreven. Een huisarts die na een ziekenhuisopname ziet dat een oud middel nog wordt gebruikt.
Wanneer zulke bijna-incidenten gezamenlijk worden verzameld en geanalyseerd, ontstaat een veel beter beeld van waar het systeem kwetsbaar is.
Dat maakt ook duidelijk of dezelfde fout steeds opnieuw optreedt.
Helmond loopt niet achter, maar kan veiligheid nog niet bewijzen
De conclusie voor Helmond is daarom tweeledig.
De stad en de regio beginnen niet vanaf nul. Integendeel. Rond kwetsbare ouderen bestaat al een uitgebreid netwerk waarin huisartsenzorg, wijkverpleging, ouderengeneeskunde, apotheken en ziekenhuis elkaar op verschillende manieren proberen te vinden.
Op enkele punten loopt die organisatie opvallend parallel met de maatregelen die nu landelijk worden aanbevolen.
Maar het laatste stuk ontbreekt nog in het openbare beeld: aantoonbaar maken wat die samenwerking oplevert.
Hoeveel fouten worden voorkomen? Hoeveel bijna-fouten worden ontdekt? Hoe vaak blijkt na ziekenhuisontslag dat de medicatie niet overeenkomt? Hoeveel ouderen gebruiken naast hun receptmedicijnen middelen waarvan huisarts of wijkverpleging niets weet?
Zonder die informatie weten we hoe Helmond medicatieveiligheid heeft georganiseerd, maar nog niet hoe veilig het systeem in de praktijk werkelijk is.
En juist bij kwetsbare ouderen thuis is dat uiteindelijk de vraag die telt.