HELMOND/OMMEL/VALKENSWAARD/VALKENBURG – Op de drie vakantieparken van Peter Gillis die donderdag via een executieveiling zijn aangeboden, is samen 27,25 miljoen euro geboden. Prinsenmeer in Ommel leverde met 20,6 miljoen euro veruit het hoogste bod op. Voor Brugse Heide in Valkenswaard werd 3,15 miljoen euro geboden en voor Stadsresort Valkenburg 3,55 miljoen euro. De veiling is daarmee nog niet volledig afgerond, want de drie parken worden ook nog gezamenlijk als één pakket aangeboden.
De gedwongen verkoop hangt samen met een schuld van Gillis aan ondernemer Marc van Rooi. Die schuld is inmiddels opgelopen tot ruim 27 miljoen euro. De drie vakantieparken waren als zekerheid verbonden aan de lening.
Prinsenmeer brengt 20,6 miljoen op
Prinsenmeer ging donderdag als eerste onder de hamer. De online veiling begon om 11.00 uur met een laag openingsbod, maar liep vrijwel direct op tot vele miljoenen euro's.
Na vijftien biedingen stond de teller in de eerste fase op 14,6 miljoen euro. Daarna volgde de afslagfase, waarbij vanaf een hoger bedrag werd teruggeteld.
Bij 20,6 miljoen euro meldde een bieder zich. Daarmee werd dat bedrag het hoogste bod op Prinsenmeer.
Het park was vooraf getaxeerd op ongeveer 17 miljoen euro. Het hoogste bod ligt daardoor circa 3,6 miljoen euro boven de taxatiewaarde.
Brugse Heide naar 3,15 miljoen
Later op de dag volgde Brugse Heide in Valkenswaard.
Daar verliep de bieding veel onrustiger. Er kwamen tientallen biedingen binnen voordat uiteindelijk een hoogste bod van 3,15 miljoen euro werd bereikt.
Tijdens de bieding verscheen korte tijd ook een veel hoger bedrag van 20 miljoen euro, maar dat bleek geen geldig eindresultaat. Uiteindelijk bleef 3,15 miljoen euro als hoogste bod staan.
Stadsresort Valkenburg: 3,55 miljoen
Ook Stadsresort Valkenburg werd afzonderlijk geveild.
Daar verliep de bieding aanzienlijk sneller. Na slechts enkele biedingen kwam het hoogste bedrag uit op 3,55 miljoen euro.
Met dat resultaat zijn de hoogste afzonderlijke biedingen op alle drie de vakantieparken bekend.
Totaal op 27,25 miljoen euro
De drie afzonderlijke hoogste biedingen komen gezamenlijk uit op:
- Prinsenmeer: 20,6 miljoen euro
- Brugse Heide: 3,15 miljoen euro
- Stadsresort Valkenburg: 3,55 miljoen euro
Dat brengt het totaal op 27,25 miljoen euro.
Daarmee komt de opbrengst zeer dicht in de buurt van het bedrag dat Gillis aan Van Rooi verschuldigd is.
Schuld mogelijk nog niet volledig afgelost
De schuld bedraagt meer dan 27 miljoen euro. Daarnaast zijn er kosten verbonden aan de executieveiling, die volgens informatie rond de verkoop kunnen oplopen tot enkele tonnen.
Dat betekent dat 27,25 miljoen euro mogelijk nog niet voldoende is om alle financiële verplichtingen volledig af te lossen.
De exacte eindstand hangt bovendien af van de combinatieveiling die nog volgt.
Drie parken nog gezamenlijk aangeboden
Na de afzonderlijke biedingen worden Prinsenmeer, Brugse Heide en Stadsresort Valkenburg ook nog als één pakket aangeboden.
Daarbij geldt de gezamenlijke opbrengst van 27,25 miljoen euro als belangrijk uitgangspunt. Een geïnteresseerde partij kan proberen de drie parken in één keer te kopen met een bod dat aantrekkelijker is dan de optelsom van de afzonderlijke biedingen.
Wanneer een hoger totaalbod wordt uitgebracht, kan dat uiteindelijk bepalend worden voor de definitieve verkoop.
De afzonderlijke biedingen zijn daardoor nog niet automatisch de definitieve verkoopprijzen.
Hoogste bieders nog geen eigenaar
Ook na afloop van de combinatieveiling staat niet onmiddellijk vast wie de nieuwe eigenaar wordt.
Schuldeiser Marc van Rooi heeft het recht om over de gunning te beslissen. Hij kan beoordelen of de hoogste biedingen worden geaccepteerd.
Daarvoor geldt een termijn van maximaal een week.
De identiteit van de hoogste bieders op de afzonderlijke parken is vooralsnog niet openbaar gemaakt.
Juridische strijd liep op niets uit
Gillis probeerde kort voor de veiling nog via de rechter te voorkomen dat de parken gedwongen zouden worden verkocht.
Zowel bij de rechtbank als in hoger beroep kreeg hij daarvoor geen toestemming.
Een belangrijk onderdeel van zijn bezwaar was de taxatiewaarde van de vakantieparken. Vooral Prinsenmeer zou volgens Gillis aanzienlijk meer waard zijn dan de eerder vastgestelde waarde.
Bij Prinsenmeer lijkt die vrees voor een verkoop ver onder de taxatie zich voorlopig niet te hebben gerealiseerd. Het hoogste bod ligt juist duidelijk boven de geschatte waarde.
Beslissende fase volgt nog
Met een totaal van 27,25 miljoen euro is de executieveiling inmiddels in een beslissende fase beland.
De combinatieveiling moet uitwijzen of een partij bereid is meer te betalen voor de drie parken gezamenlijk. Daarna is het aan Van Rooi om te bepalen of en aan wie de parken uiteindelijk worden gegund.
Pas daarna wordt duidelijk wat de definitieve verkoopopbrengst is en of daarmee de volledige schuld van Gillis kan worden afgelost.