HELMOND – Een leegstaand schoolgebouw ombouwen tot woonplek voor mensen met dementie? Of in een voormalig wijkgebouw een opvang beginnen voor mensen die vanwege verslavingsproblemen begeleiding nodig hebben? Tot voor kort kon dat in Helmond op sommige locaties zonder dat daarvoor eerst een aparte ruimtelijke vergunning nodig was. Sinds vrijdag 25 september is dat veranderd.
Wie een nieuwe woonzorgvoorziening wil beginnen in een pand waar maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan, moet voortaan eerst langs de gemeente voor een omgevingsvergunning. De gemeenteraad nam daarvoor op 23 september een voorbereidingsbesluit. Dat trad op 25 september direct in werking.
Het klinkt als een technische wijziging, maar in de praktijk geeft het Helmond vooral meer mogelijkheden om te bepalen welke vorm van zorg op welke plek in de stad past.
Een eenvoudig voorbeeld: stel dat een voormalig schoolgebouw leegkomt en volgens het omgevingsplan gebruikt mag worden voor maatschappelijke doeleinden. Onder die brede bestemming kunnen verschillende functies vallen, zoals onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang en vormen van begeleid wonen.
Daardoor kon zo'n gebouw in bepaalde gevallen ook worden gebruikt voor woonzorg, zonder dat de gemeente eerst opnieuw uitgebreid naar de omgeving hoefde te kijken.
Dat automatische groene licht verdwijnt nu.
Niet iedere vorm van zorg past overal
De gemeente wil per nieuw initiatief kunnen beoordelen wat er precies gaat gebeuren en of de omgeving daarvoor geschikt is. Een kleinschalige woonvoorziening voor ouderen met dementie heeft bijvoorbeeld een heel ander karakter dan een woonvoorziening voor mensen met zware psychiatrische problemen, dak- en thuislozen of mensen die intensieve begeleiding nodig hebben.
Ook de plek maakt verschil. Een voorziening kan misschien prima passen op de ene locatie, maar minder logisch zijn op een plek pal naast een kinderdagverblijf of midden in een buurt waar al meerdere instellingen voor kwetsbare groepen zijn gevestigd.
Helmond benadrukt dat mensen die niet zelfstandig kunnen wonen wel degelijk een plek in de stad moeten hebben. De gemeente noemt zelf onder anderen mensen met een verstandelijke beperking, dementie, een onveilige thuissituatie en dakloze inwoners als groepen waarvoor woonruimte en begeleiding nodig zijn.
De nieuwe regel is dus geen verbod op woonzorg. Het verschil is dat een initiatiefnemer niet meer alleen kan wijzen op de maatschappelijke bestemming van een gebouw. De gemeente kan voortaan eerst beoordelen of de voorziening, de doelgroep én de locatie bij elkaar passen.
Ook kijken naar de buurt
Daarbij speelt ook de spreiding over Helmond een rol. Op sommige plaatsen liggen relatief veel locaties met een maatschappelijke bestemming dicht bij elkaar. Daardoor zouden zich in één buurt meerdere woonzorgvoorzieningen kunnen vestigen, terwijl andere delen van de stad nauwelijks zulke voorzieningen hebben.
Met de vergunningplicht kan de gemeente beter kijken naar de balans in een wijk en naar de gevolgen voor bewoners en andere voorzieningen. De gemeente noemt een evenwichtige verdeling van verschillende groepen inwoners expliciet als reden voor de maatregel.
Voor een initiatiefnemer betekent dit bijvoorbeeld dat een plan voor begeleid wonen in een leegstaand buurthuis niet alleen wordt bekeken op de vraag: mag hier volgens het omgevingsplan een maatschappelijke functie zitten? Er kan nu ook worden gekeken naar wat voor woonzorg er komt, hoeveel bewoners er komen en of de plek daarvoor geschikt is.
Bestaande woonzorg kan gewoon blijven
Voor bestaande woonzorglocaties betekent de maatregel niet dat ineens opnieuw een vergunning moet worden aangevraagd. Voorzieningen die vóór 25 september legaal aanwezig waren, mogen in hun huidige vorm blijven bestaan.
Dat kan veranderen wanneer een instelling flink wil uitbreiden of het gebruik verandert.
Denk bijvoorbeeld aan een bestaande woonvoorziening voor tien ouderen die wil uitbreiden naar enkele tientallen bewoners. Ook het veranderen van de ene vorm van woonzorg naar een andere kan onder de nieuwe vergunningplicht vallen. De tijdelijke regels gelden namelijk voor nieuwe voorzieningen, uitbreidingen én wijzigingen van bestaande woonzorgvoorzieningen.
Een gewone school, bibliotheek, kerk, buurthuis of andere maatschappelijke voorziening krijgt door het besluit niet ineens met dezelfde vergunningplicht te maken. De maatregel is specifiek gericht op woonzorg.
Wat is eigenlijk een woonzorgvoorziening?
Ook dat is belangrijk. Niet iedereen die thuis hulp krijgt, woont volgens deze regels in een woonzorgvoorziening.
Het gaat om situaties waarin wonen en professionele zorg of begeleiding onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Een bewoner woont daar dus juist omdat via die woonvorm zorg of begeleiding wordt geleverd.
Iemand die gewoon in een appartement woont en daar een paar keer per week thuiszorg krijgt, valt daar niet automatisch onder. Een complex waar bewoners alleen kunnen wonen zolang zij ook zorg of begeleiding van de betreffende zorgorganisatie ontvangen, kan er wél onder vallen.
Eerst vergunning, dan beginnen
Nieuwe initiatiefnemers moeten hun plannen nu laten beoordelen. Dat kan via een omgevingsvergunning waarbij van het bestaande omgevingsplan wordt afgeweken, of door het omgevingsplan voor een locatie te wijzigen. De gemeente gebruikt hiervoor de zogenoemde BOPA- en Wopla-procedures.
Daarbij kan niet alleen naar het gebouw worden gekeken, maar ook naar de behoefte aan de voorziening en de situatie in de betreffende wijk.
Het besluit is voorlopig. Helmond werkt aan nieuwe, definitieve regels voor woonzorgvoorzieningen in het omgevingsplan. Het voorbereidingsbesluit overbrugt die periode en kan maximaal achttien maanden gelden.
Tegen het voorbereidingsbesluit zelf kunnen inwoners en organisaties geen bezwaar maken of in beroep gaan. Dat is landelijk zo geregeld voor dit type besluit.
Voor Helmond betekent de maatregel vooral dat een maatschappelijke bestemming voortaan niet meer automatisch betekent dat iedere vorm van woonzorg er ook zonder verdere afweging kan komen.