Schuld Peter Gillis boven 27 miljoen: rechter moet beslissen over veiling Prinsenmeer

16 sep , 7:13Helmond
211027 1897 Peter Gillis
HELMOND/ASTEN – De financiële strijd rond drie vakantieparken van Peter Gillis blijkt aanzienlijk groter dan tot nu toe openbaar bekend was. Tijdens een kort geding in Den Bosch is dinsdag duidelijk geworden dat zijn schuld aan de Helmondse financier Marc van Rooi inmiddels is opgelopen tot meer dan 27 miljoen euro. Gillis betaalt volgens de financier al sinds januari 2025 geen rente meer. Toch probeert hij de geplande executieveiling van onder meer Prinsenmeer in Ommel voorlopig tegen te houden. Niet omdat hij ontkent dat er betaald moet worden, maar omdat hij vreest dat de parken voor een veel te laag bedrag worden verkocht.
Daarmee heeft het conflict tussen Gillis en Van Rooi een nieuwe fase bereikt.
De rechtbank moet nu bepalen of Prinsenmeer, Brugse Heide in Valkenswaard en Stadsresort Valkenburg op 1 oktober daadwerkelijk onder de hamer mogen. Gillis wil dat de verkoop ongeveer drie maanden wordt uitgesteld zodat hij een nieuwe taxatie kan laten uitvoeren.
De rechter deed dinsdag nog geen uitspraak. Een beslissing wordt binnen twee weken verwacht.
Dat maakt de timing opvallend. Als de rechtbank de volledige termijn gebruikt, kan pas rond 29 september duidelijk worden of de executie doorgaat. De veiling staat slechts twee dagen later gepland.

Schuld inmiddels boven 27 miljoen

Tijdens de zitting kwam voor het eerst duidelijk naar voren hoe ver de financiële verplichtingen inmiddels zijn opgelopen.
Gillis leende oorspronkelijk ruim twintig miljoen euro bij M2R Invest, de investeringsmaatschappij van de Helmondse ondernemer Marc van Rooi. Als zekerheid werden hypotheekrechten gevestigd op de drie vakantieparken.
Volgens de advocaat van Van Rooi is de totale schuld inmiddels gestegen tot meer dan 27 miljoen euro.
Een belangrijke oorzaak daarvan is dat sinds januari 2025 geen rente meer zou zijn betaald. Volgens de financier komt er iedere maand ongeveer 70.000 euro aan rente bij.
Daarmee groeit de schuld zolang geen betaling of verkoop plaatsvindt verder door.
Boven op het openstaande bedrag komen bovendien de kosten voor het organiseren van de executieveiling. Die zouden rond de 300.000 euro liggen.

Gillis bestrijdt schuld niet

Een opvallend onderdeel van de zitting is dat Gillis niet ontkent dat Van Rooi geld van hem tegoed heeft.
Ook het principiële recht van een hypotheekhouder om uiteindelijk tot verkoop over te gaan wanneer betalingsverplichtingen niet worden nagekomen, staat nauwelijks ter discussie.
Het conflict draait daardoor om iets anders: tegen welke waarde mogen de parken worden verkocht en heeft de financier voldoende gedaan om een zo hoog mogelijke opbrengst te bereiken?
Dat is voor Gillis van groot financieel belang.
Wanneer de opbrengst van de drie parken onvoldoende is om M2R Invest volledig terug te betalen, kan een restschuld overblijven. Een hogere verkoopopbrengst verkleint dat risico en kan er, als alle schuldeisers zijn voldaan, uiteindelijk zelfs toe leiden dat een deel van de opbrengst bij Gillis terechtkomt.

Groot verschil rond waarde Prinsenmeer

Vooral de waardering van Prinsenmeer vormt het brandpunt van het conflict.
Het enorme vakantiepark in Ommel zou voor de huidige verkoop op ongeveer 17 miljoen euro zijn gewaardeerd. Gillis vindt dat bedrag veel te laag.
Hij wijst erop dat het park enkele jaren geleden volgens hem nog voor meer dan 35 miljoen euro werd getaxeerd. Ook de WOZ-waarde geeft een ander beeld: de gemeente Asten stelde de waarde per 1 januari 2025 vast op ongeveer 20,6 miljoen euro.
Die bedragen kunnen niet zonder meer één op één met elkaar worden vergeleken. Een WOZ-waarde, een reguliere marktwaardetaxatie en een waardering in het kader van een executieverkoop kunnen verschillende uitgangspunten hebben.
Het grote verschil is voor Gillis echter voldoende reden om vraagtekens bij de huidige taxatie te zetten.
Hij vreest dat Prinsenmeer en mogelijk ook de andere twee parken tijdens een gedwongen verkoop voor aanzienlijk minder geld van eigenaar wisselen dan volgens hem noodzakelijk is.

Beschuldiging richting Helmondse financier

Tijdens de rechtszaak ging het kamp-Gillis nog een stap verder.
Daar werd de suggestie op tafel gelegd dat Van Rooi mogelijk zelf belang zou hebben bij een lage verkoopprijs en uiteindelijk Prinsenmeer zelf, of via een bevriende partij, zou willen verwerven.
Daarbij werd een verband gelegd met Van Rooi Meat. Het Helmondse vleesbedrijf maakt veel gebruik van arbeidsmigranten en huisvesting voor werknemers is in die sector al jaren een belangrijk vraagstuk.
Volgens Gillis zou Prinsenmeer daardoor mogelijk interessant kunnen zijn voor het onderbrengen van personeel.
Het is een ernstige beschuldiging waarvoor tijdens de zitting geen bewijs van een concreet aankoopplan naar buiten kwam.
Van Rooi weerspreekt het scenario via zijn advocaat. Volgens zijn kant bestaat geen belangstelling voor het overnemen van een van de vakantieparken en draait de executie uitsluitend om het terugkrijgen van uitgeleend geld.
Daarmee staan twee totaal verschillende lezingen tegenover elkaar.

Van Rooi: lang genoeg gewacht

Ook over de voorgeschiedenis kwamen dinsdag nieuwe details naar voren.
Volgens de zijde van M2R Invest is gedurende langere tijd geprobeerd om zonder executieverkoop tot betaling te komen. Gillis zou meerdere toezeggingen hebben gedaan die uiteindelijk niet tot aflossing leidden.
Zo zou in oktober 2025 zijn afgesproken dat de volledige schuld binnen ongeveer een maand zou worden voldaan. Dat gebeurde niet.
Daarnaast stelt de financier dat Gillis al geruime tijd wist dat de waardering van de parken een belangrijke rol zou gaan spelen. In februari en april van dit jaar zouden taxatierapporten beschikbaar zijn geweest.
Volgens de advocaat van Van Rooi heeft Gillis vervolgens zelf geen alternatief taxatierapport laten opstellen waarmee de huidige waardering overtuigend kon worden bestreden.
Dat argument kan belangrijk worden in het oordeel van de rechter.
Gillis vraagt nu immers om ongeveer drie maanden extra tijd voor een nieuwe taxatie, terwijl M2R Invest stelt dat daar eerder al voldoende gelegenheid voor is geweest.

Iedere maand wordt probleem groter

Vanuit de financier bezien is uitstel daarom juist ongewenst.
Niet alleen groeit de schuld volgens M2R Invest iedere maand met ongeveer 70.000 euro, ook wordt aangevoerd dat de gesloten vakantieparken geld kosten en mogelijk in waarde achteruitgaan wanneer onderhoud wordt uitgesteld.
Alle drie de parken zijn momenteel gesloten.
Prinsenmeer is daarvan verreweg het grootste. Het terrein in Ommel omvat bijna 54 hectare en telt volgens de verkoopdocumentatie 1.516 exploitabele eenheden, waaronder verhuuraccommodaties, jaarplaatsen en toeristische plaatsen.
Daarnaast bevinden zich op het terrein een zwembad, horeca, supermarkt, bowlingbanen, theater, sanitairgebouwen, bedrijfsgebouwen en een groot aantal recreatieve voorzieningen.
Samen beslaan Prinsenmeer, Brugse Heide en Stadsresort Valkenburg ruim 631.000 vierkante meter.

Belastingdienst en andere schuldeisers

Gillis voert ondertussen nog een ander argument aan.
Een te lage verkoopopbrengst raakt volgens zijn kant niet alleen hemzelf. Wanneer er naast M2R Invest andere schuldeisers zijn die aanspraak op geld kunnen maken, blijft voor hen minder over wanneer de drie parken beneden hun werkelijke marktwaarde worden verkocht.
Tijdens de procedure werd daarbij ook de Belastingdienst genoemd.
Dat maakt de waarderingsdiscussie juridisch relevanter dan alleen een verschil van mening tussen Gillis en Van Rooi over hoeveel Prinsenmeer waard zou zijn.
Bij een executie moet een hypotheekhouder zijn rechten kunnen uitoefenen, maar de manier waarop dat gebeurt kan onder omstandigheden door een rechter worden getoetst.
De vraag wordt daarom of Gillis voldoende aannemelijk kan maken dat doorgaan met de huidige verkoop voor hem en andere betrokkenen onevenredig schadelijk zou zijn.

Verkoopmachine draait ondertussen verder

Ondanks het kort geding is de verkoopprocedure vooralsnog niet stilgelegd.
Op de officiële veilingpagina worden de drie vakantieparken nog steeds aangeboden. De geplande datum van 1 oktober staat overeind.
Voor de combinatie van alle drie de parken moet een kandidaat-koper vooraf 300.000 euro borg bij de notaris storten. Dat bedrag moet uiterlijk op 30 september om 12.00 uur binnen zijn voordat toegang tot de bieding wordt verleend.
Voor Prinsenmeer afzonderlijk bedraagt de borg 200.000 euro.
De drie locaties worden tijdens de veiling eerst afzonderlijk aangeboden. Daarna volgt een eindcombinatie waarbij de complete portefeuille in één keer kan worden verkocht.
Ook blijft de mogelijkheid bestaan om vooraf een onderhands bod uit te brengen.
Juist woensdag is daarbij van belang: de termijn voor onderhandse biedingen loopt kort na de rechtszaak af. Daarmee kunnen potentiële kopers zich al melden terwijl nog niet vaststaat of de openbare veiling uiteindelijk doorgang mag vinden.

Nieuwe eigenaar Prinsenmeer begint niet automatisch opnieuw

Zelfs als Prinsenmeer uiteindelijk wordt verkocht, betekent dat niet dat een nieuwe eigenaar het park onmiddellijk weer kan openen.
De problemen rond het vakantiepark zijn niet alleen financieel van aard. Eerdere besluiten over vergunningen en exploitatie blijven relevant en staan los van de eigendomsoverdracht.
Een koper zal daarom met de gemeente Asten in gesprek moeten over de mogelijkheden voor het terrein.
Voor de regio is dat misschien wel belangrijker dan de vraag wie tijdens een veiling het hoogste bedrag biedt.
Prinsenmeer is door zijn omvang, ligging en geschiedenis een van de grootste recreatieve terreinen in de omgeving van Asten en Helmond. Een nieuwe eigenaar kan daardoor grote invloed krijgen op de toekomstige ontwikkeling van het gebied.

Cruciale dagen richting 1 oktober

Na de zitting van dinsdag ligt de beslissing nu bij de rechter.
Daarbij zijn de posities duidelijker geworden dan vóór het kort geding.
Gillis erkent dat hij moet betalen en dat de financier uiteindelijk gebruik kan maken van zijn hypotheekrechten. Hij probeert vooral tijd te winnen om aannemelijk te maken dat de huidige waardering van de vakantieparken te laag is.
Van Rooi stelt daar tegenover dat lang genoeg is gewacht, dat Gillis al maanden de gelegenheid heeft gehad met een eigen taxatie te komen en dat verder uitstel de schuld alleen maar groter maakt.
Intussen tikt de rekening door.
Met een openstaande schuld van meer dan 27 miljoen euro, ongeveer 70.000 euro extra rente per maand en een executieveiling die op 1 oktober staat gepland, is het conflict inmiddels uitgegroeid tot veel meer dan een discussie over drie gesloten vakantieparken.
De kernvraag is nu of de rechter Gillis nog enkele maanden extra geeft – of dat de Helmondse financier over ruim twee weken daadwerkelijk tot verkoop mag overgaan.
loading

Loading