HELMOND – Drones inspecteren gebouwen, brengen terreinen in kaart en worden steeds vaker ingezet voor werkzaamheden die voor mensen moeilijk, duur of gevaarlijk zijn. Die ontwikkeling krijgt nu ook een plek in het technisch onderwijs in Helmond. Ter AA is dit schooljaar gestart met een nieuwe richting waarin studenten leren drones te ontwerpen, bouwen, testen en aanpassen. De eerste lichting bestaat uit drie studenten.
De opleiding is meer dan een cursus dronevliegen. Studenten worden technisch opgeleid en moeten uiteindelijk begrijpen hoe een onbemand toestel van binnenuit werkt. Elektromotoren, sensoren, elektronica, mechanica, besturing en camera's komen daarbij samen.
Ter AA biedt de richting aan als Drone Specialist, een vierjarige mbo-opleiding op niveau 4. Studenten volgen de beroepsopleidende leerweg (bol). Volgens de opleidingsinformatie bestaat ongeveer 60 procent van het programma uit praktijk en 40 procent uit theorie. De technische basis ligt bij engineering en mechatronica; drones vormen daarbinnen de specialisatie.
Van onderdelen naar vliegend systeem
Daarmee gaat het onderwijs aanzienlijk verder dan het bedienen van een kant-en-klare consumentendrone. Studenten moeten leren waarom een toestel vliegt, hoeveel gewicht het kan meenemen en welke invloed motoren, accu's en constructie op de prestaties hebben. Ook het combineren van mechanische onderdelen met elektronica en software speelt een belangrijke rol.
Dat sluit aan bij de manier waarop Ter AA zijn technische bol-opleidingen breder heeft ingericht. Studenten werken veel met projecten die de beroepspraktijk moeten nabootsen, in plaats van uitsluitend afzonderlijke theorielessen te volgen.
De drie Helmondse studenten die nu zijn begonnen, vormen voorlopig een kleine pioniersgroep. Dat aantal zegt echter weinig over de uiteindelijke belangstelling. De opleiding is pas sinds augustus beschikbaar en moet bij toekomstige lichtingen nog bekendheid opbouwen.
Bedrijven zoeken nieuwe toepassingen
Een belangrijke aanleiding voor de nieuwe richting is de ontwikkeling buiten de school. Bedrijven zoeken steeds vaker naar manieren waarop drones werkzaamheden kunnen overnemen. Ter AA kreeg eerder al te maken met een project waarbij een drone gebruikt moest worden voor het reinigen van gevels met water onder hoge druk.
Juist dergelijke toepassingen laten zien dat professionele drones iets anders zijn dan de bekende toestellen waarmee foto's of video's vanuit de lucht worden gemaakt. Een industriële drone kan bijvoorbeeld worden uitgerust met meetapparatuur, warmtecamera's, sensoren of speciaal gereedschap.
Daarbij komen toepassingen in beeld zoals technische inspecties, landmeting, onderhoud van installaties en onderzoek op locaties die voor werknemers lastig bereikbaar zijn.
De overheid noemt inmiddels zelf drones die bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden aan windturbines ondersteunen als voorbeeld van projecten waarbij beroepsonderwijs en innovatieve bedrijven dichter bij elkaar kunnen worden gebracht. Sinds augustus zijn er bovendien ruimere mogelijkheden voor mbo-instellingen om onderwijs samen met bedrijven flexibeler vorm te geven.
Bouwen betekent nog niet dat je overal mag vliegen
Bij professionele toepassingen speelt naast techniek ook luchtvaartregelgeving een grote rol. Een zelfgebouwde drone mag niet automatisch overal worden ingezet.
Voor vluchten met een laag risico geldt onder meer een maximale vlieghoogte van 120 meter en zijn, afhankelijk van gewicht en uitrusting, registratie en een vliegbewijs noodzakelijk. Voor ingewikkeldere bedrijfsactiviteiten gelden strengere voorwaarden.
Een drone waarmee daadwerkelijk water wordt afgegeven om bijvoorbeeld een gevel schoon te maken, is daarvan een opvallend voorbeeld. Zo'n operatie kan binnen de zogenoemde specifieke categorie vallen. Daarvoor zijn onder meer een risicoanalyse en toestemming van de luchtvaartautoriteit nodig. Ook vliegen buiten direct zicht van de bestuurder of bepaalde vluchten in bebouwd gebied kunnen onder dat strengere regime vallen.
De ontwikkeling van professionele drones vraagt daardoor om meer dan alleen iemand die goed kan vliegen. Kennis van constructie, elektronica, software, veiligheid en regelgeving komt steeds dichter bij elkaar te liggen.
Technici blijven schaars
Of 'dronespecialist' op zichzelf een groot nieuw beroep wordt, valt nog niet te voorspellen. De arbeidsmarkt waarop de Helmondse studenten straks terechtkomen is echter aanzienlijk breder. Hun opleiding sluit ook aan bij functies in mechatronica, apparatenbouw en de maakindustrie.
Juist daar blijft de behoefte aan technisch personeel groot. In het eerste kwartaal van 2026 was de Nederlandse arbeidsmarkt in 87 van de 93 onderzochte beroepsgroepen krap of zeer krap. Technische beroepen behoren tot de sectoren waar personeelstekorten het duidelijkst zichtbaar blijven.
Voor Zuidoost-Brabant speelt dat probleem nog sterker. In de regio waren volgens de meest recente regionale arbeidsmarktgegevens bijna vijf keer zoveel vacatures als kortdurend werkzoekenden. Vooral techniek, industrie en andere gespecialiseerde sectoren hebben moeite voldoende mensen te vinden.
Daarmee is de nieuwe opleiding in Helmond niet alleen een experiment met een populaire technologie. De drie studenten beginnen aan een opleiding op het snijvlak van verschillende vakgebieden waar de Brainportregio de komende jaren juist technisch personeel voor nodig heeft.
Voor Ter AA wordt de komende jaren duidelijk of meer jongeren voor die combinatie kiezen. De eerste drie zijn in ieder geval begonnen: niet alleen leren hoe je een drone bestuurt, maar hoe je er zelf één bouwt.