HELMOND – Ruim 33.000 woningen in Helmond moeten de komende decennia nog afscheid nemen van aardgas. Voor de ene buurt betekent dat waarschijnlijk een warmtepomp, voor de andere wordt gekeken naar een gezamenlijk warmtenet. Maar achter die technische keuze schuilt een veel lastigere vraag: kunnen alle Helmonders de overstap ook betalen? Vooral eigenaar-bewoners met weinig financiële reserve en appartementseigenaren binnen een VvE kunnen voor forse investeringen komen te staan. En zelfs voor duizenden Helmonders die thuis al geen gasaansluiting meer hebben, is de energietransitie nog niet voltooid.
Helmond telt inmiddels ruim 43.000 woningen. Naar schatting moeten daarvan nog ongeveer 33.000 rechtstreeks van het aardgas af.
Nieuwe cijfers over de manier waarop woningen worden verwarmd bevestigen hoe groot die opgave is. Ongeveer 69 procent van de Helmondse woningen heeft een individuele cv-installatie. Nog eens 4 procent wordt verwarmd via blokverwarming.
Daar tegenover staat ongeveer 21 procent van de woningen die volgens de statistische definitie geen aardgas meer gebruikt voor de hoofdverwarming. Een groot gedeelte daarvan staat in Brouwhuis en Rijpelberg.
Daar bevindt zich echter meteen een bijzondere Helmondse situatie.
Van het gas af, maar toch verwarmd met gas
Ongeveer 6.500 huishoudens in Brouwhuis en Rijpelberg zijn aangesloten op het warmtenet van Ennatuurlijk.
Die woningen hebben voor hun verwarming en warme water zelf geen cv-ketel op aardgas nodig. Toch betekent dat niet dat de geleverde warmte al fossielvrij wordt geproduceerd.
Het Helmondse warmtenet wordt momenteel nog gevoed door een warmtekrachtcentrale met een stoom- en gasturbine en een gasgestookte installatie voor pieken en back-up.
Daarmee heeft Helmond feitelijk twee verschillende opdrachten.
Tienduizenden woningen moeten hun individuele aardgasaansluiting nog kwijtraken. Tegelijkertijd moet de warmtebron voor duizenden woningen die al op stadsverwarming zitten zelf nog worden verduurzaamd.
Dat verschil is belangrijk wanneer wordt gesproken over het aantal 'aardgasvrije woningen'. Achter de voordeur kan een woning aardgasvrij zijn, terwijl voor de productie van de warmte elders in de stad nog steeds aardgas wordt verstookt.
Plannen voor warmtenet blijken ondertussen veranderd
Juist bij dat bestaande warmtenet speelt nog iets opvallends.
De gemeente vermeldt bij haar plannen voor Brouwhuis en Rijpelberg dat Ennatuurlijk onderzoekt of warmte uit de Zuid-Willemsvaart kan worden gebruikt. Met die zogenoemde aquathermie wordt in de zomer warmte aan het oppervlaktewater onttrokken, opgeslagen en later weer gebruikt.
Die mogelijkheid is jarenlang uitgebreid onderzocht.
Maar volgens de meest actuele informatie van Ennatuurlijk is inmiddels besloten om daar voorlopig niet voor te kiezen.
De warmteleverancier onderzoekt nu onder meer het benutten van warmte die vrijkomt bij het maken van compost. Daarmee zou meer dan de helft van de jaarlijkse warmtevraag van het Helmondse netwerk kunnen worden geleverd.
Daarnaast wordt gekeken naar een elektrische boiler en naar innovatieve technieken waarbij onder meer ijzerbrandstof een rol kan spelen. De bestaande gasinstallatie blijft daarbij voorlopig onderdeel van het systeem.
Op de gemeentelijke informatie over Brouwhuis en Rijpelberg wordt aquathermie ondertussen nog wel als onderzochte route genoemd.
Voor bewoners is dat meer dan een technische voetnoot. De gekozen warmtebron bepaalt uiteindelijk mede hoe duurzaam, betrouwbaar en mogelijk ook hoe betaalbaar het warmtenet in de toekomst wordt.
Helmond moet nieuw warmteplan nog vaststellen
De komende maanden worden daarom belangrijk.
Helmond werkt momenteel nog met de Transitievisie Warmte uit 2021 en de actualisatie daarvan uit 2023. Dit jaar moet daarvoor een nieuw Warmteprogramma in de plaats komen.
Dat document wordt veel concreter dan de oude warmtevisie. Daarin moet per gebied duidelijk worden welke richting de gemeente op wil, in welke volgorde buurten aan de beurt komen en waar uiteindelijk gebruikgemaakt kan worden van nieuwe gemeentelijke bevoegdheden om het aardgasnet te laten verdwijnen.
De gemeente heeft zichzelf als doel gesteld het programma voor het einde van 2026 vast te stellen.
Voor inwoners wordt dat waarschijnlijk het moment waarop de langetermijnplannen veel dichter bij de voordeur komen.
Sommige wijken zijn eerder aan de beurt
De contouren liggen al wel op tafel.
In Rijpelberg, Brouwhorst, Beisterveldse Broek en Brouwhuis-Oost en -West speelt verduurzaming van het bestaande warmtenet.
Ook voor het centrum, Houtsdonk en Eeuwsels en verschillende nieuwbouwgebieden wordt gekeken naar collectieve warmtevoorzieningen.
Voor Eeuwsels en Binderen wordt bijvoorbeeld onderzocht of warmte uit afvalwater van de rioolwaterzuivering bij Aarle-Rixtel kan worden gebruikt. Het project wordt samen met Waterschap Aa en Maas en de gemeente Laarbeek onderzocht.
Voor een groot aantal andere buurten ziet de toekomst er heel anders uit.
Onder meer in Stiphout, Brouwhuis-Dorp, grote delen van Mierlo-Hout, Brandevoort, Zwanenbeemd, Oranjebuurt, West, Heipoort en Vossenberg wordt een individuele elektrische oplossing waarschijnlijker geacht.
Dat betekent meestal dat woningen uiteindelijk geschikt moeten worden gemaakt voor een warmtepomp.
En daar begint het financiële vraagstuk.
Meer dan 23.000 koopwoningen
Ongeveer 54 procent van de Helmondse woningvoorraad bestaat uit koopwoningen. Dat zijn ruim 23.500 woningen.
Nog eens ongeveer 36 procent van de woningvoorraad is in handen van woningcorporaties en circa 10 procent wordt door andere verhuurders verhuurd.
De warmtetransitie raakt die drie groepen totaal verschillend.
Een eigenaar van een rijtjeshuis moet zelf investeren. Een huurder is voor grote bouwkundige maatregelen afhankelijk van zijn verhuurder. En een appartementseigenaar moet voor veel ingrepen samen met de andere leden van zijn Vereniging van Eigenaars beslissen.
Vooral bij koopwoningen kan de rekening daardoor rechtstreeks bij het huishouden terechtkomen.
Eerst isoleren voordat de cv-ketel verdwijnt
Een warmtepomp plaatsen in een slecht geïsoleerd huis is meestal niet de logische eerste stap. Veel oudere woningen moeten daarom eerst worden aangepakt.
Denk aan dak-, vloer- en gevelisolatie, HR++-glas, kierdichting en goede ventilatie.
Helmond heeft daarvoor een eigen isolatieregeling gehad waarbij eigenaar-bewoners maximaal 1.200 euro per woning konden krijgen. Bij gebruik van biobased materialen liep dat bedrag op tot 1.500 euro.
De regeling richtte zich specifiek op grondgebonden koopwoningen met een WOZ-waarde van minder dan 349.000 euro, met 1 januari 2022 als waardepeildatum. De woning moest vóór 1993 zijn gebouwd en slecht geïsoleerd zijn.
Opvallend is dat deze subsidie momenteel niet kan worden aangevraagd.
De gemeente meldt dat zij werkt aan een nieuwe regeling. Welke voorwaarden en bedragen daarbij precies gaan gelden, moet nog duidelijk worden.
Dat is voor bewoners die nu willen verduurzamen relevant. De regeling staat nog wel bij het Helmondse pakket aan verduurzamingsmogelijkheden, maar nieuwe aanvragen zijn tijdelijk niet mogelijk.
Landelijke subsidies blijven wel beschikbaar
Helmonders zijn ondertussen niet uitsluitend afhankelijk van de gemeente.
Via de landelijke ISDE-regeling kan een eigenaar-bewoner subsidie aanvragen voor onder meer isolatie, een warmtepomp, zonneboiler, ventilatie in combinatie met isolatie, een aansluiting op een warmtenet en onder voorwaarden elektrisch koken.
Wie meerdere verduurzamingsmaatregelen combineert, kan voor isolatie bovendien een hoger subsidiebedrag ontvangen.
Dat maakt een investering aanzienlijk goedkoper.
Maar subsidie vergoedt zelden het volledige bedrag.
Een woning daadwerkelijk geschikt maken om zonder aardgas te functioneren kan, afhankelijk van woningtype en bouwkundige staat, veel meer kosten dan alleen de aanschaf van een warmtepomp.
Isolatie, glas, radiatoren of vloerverwarming, elektrische installatie en apparatuur kunnen allemaal onderdeel van de rekening worden.
En juist daar ontstaat een verschil tussen een huishouden met voldoende spaargeld en een huishouden dat iedere maand nauwelijks geld overhoudt.
Geen spaargeld? Dan komt een lening in beeld
Voor die groep bestaat het Nationaal Warmtefonds.
Een eigenaar-bewoner kan daar momenteel tussen 1.000 en 29.000 euro lenen voor goedgekeurde verduurzamingsmaatregelen.
Huishoudens met een gezamenlijk verzamelinkomen beneden 60.000 euro komen onder voorwaarden in aanmerking voor een lening tegen 0 procent rente.
Helmond heeft daarnaast een eigen Duurzaamheidslening. Daarmee kan tussen 2.500 en 25.000 euro worden geleend voor maatregelen zoals isolatie, zonnepanelen, een zonneboiler en een warmtepomp.
Financiering is daarmee in veel gevallen mogelijk.
Maar daar zit precies de maatschappelijke discussie.
Kunnen betalen en geld kunnen lenen zijn niet hetzelfde.
Een huishouden dat onvoldoende vermogen heeft om een investering zelf te doen, krijgt met een lening alsnog een financiële verplichting. Ook wanneer daar geen rente over wordt gerekend, moet de hoofdsom uiteindelijk worden afgelost.
Voor huishoudens die al moeite hebben de vaste lasten te dragen kan dat een hoge drempel zijn.
Juist Helmond kent veel sociale huur
Dat vraagstuk speelt in Helmond extra sterk omdat bijna de helft van de woningvoorraad wordt verhuurd.
Ongeveer 36 procent van alle woningen is corporatiebezit. Daarmee heeft Helmond een van de hoogste aandelen sociale huurwoningen van Brabant.
Voor huurders ligt de directe investering voor bijvoorbeeld gevelisolatie, een nieuw verwarmingssysteem of een warmtenetaansluiting normaal gesproken bij de eigenaar.
De Helmondse corporaties werken ook de komende jaren aan het energiezuiniger maken van hun woningvoorraad. In de prestatieafspraken voor 2026 is opnieuw vastgelegd dat woningkwaliteit, verduurzaming en betaalbare woonlasten gezamenlijk moeten worden bekeken.
Voor een huurder is de belangrijkste vraag daarom anders dan voor een huiseigenaar.
Niet: hoeveel kost de verbouwing?
Maar: wat gebeurt er na de verbouwing met mijn totale maandelijkse woonlasten?
Een duurzame woning is financieel pas voordeliger wanneer de combinatie van huur, elektriciteit en eventuele warmtekosten beheersbaar blijft.
Warmtenet maakt betaalbaarheid extra gevoelig
Dat is in Brouwhuis en Rijpelberg al jaren een gevoelig onderwerp.
Wie een eigen cv-ketel heeft, kan een gas- en elektriciteitsleverancier kiezen. Bij een warmtenet ligt dat anders. Bewoners zijn voor de levering van warmte gebonden aan de exploitant van het netwerk.
Daarom gaat de discussie over verduurzaming van stadsverwarming niet alleen over CO2-uitstoot en techniek, maar ook over tarieven.
Voor duizenden Helmondse huishoudens is de transitie dus niet een toekomstige discussie over het vervangen van de cv-ketel. Zij zitten al op een collectief systeem en zijn vooral afhankelijk van de vraag hoe dat netwerk wordt verduurzaamd en wat de warmte daarna gaat kosten.
Bij VvE's ontstaat weer een ander probleem
Helmond telt volgens de nieuwste landelijke inventarisatie ongeveer 290 VvE's met woningen.
Daaronder vallen bijna 5.000 woningen.
Van de Helmondse VvE's is ongeveer 73 procent volledig afhankelijk van individuele cv-installaties of blokverwarming op aardgas.
Omgerekend gaat het om ruim 210 VvE's.
Helmond scoort daarmee gunstiger dan Nederland als geheel, waar 87 procent van de VvE's nog volledig van dergelijke gasverwarming afhankelijk is.
Maar het aantal is groot genoeg om de komende jaren voor een afzonderlijk financieel probleem te zorgen.
Tweehonderd huishoudens met nauwelijks financiële buffer
Ongeveer 2.000 Helmondse huishoudens wonen als eigenaar in een koopwoning binnen een VvE.
Van hen vallen ongeveer 200 huishoudens in de laagste categorie voor betaalreserve. Zij beschikken volgens de gebruikte financiële maatstaf over minder dan 3.778 euro aan reserve buiten de eigen woning.
Dat komt neer op ongeveer één op de tien Helmondse eigenaar-bewoners binnen een VvE.
Daarbij kan een merkwaardige situatie ontstaan.
Iemand kan eigenaar zijn van een appartement met een aanzienlijke marktwaarde, maar tegelijkertijd weinig geld beschikbaar hebben om een eenmalige bijdrage van duizenden euro's aan de VvE te betalen.
En anders dan bij een eigen rijtjeshuis kan zo'n eigenaar niet altijd zelfstandig besluiten een verbouwing nog vijf jaar uit te stellen.
Wanneer een VvE rechtsgeldig besluit tot werkzaamheden aan gezamenlijke delen van het complex, worden de kosten volgens de afspraken binnen de VvE verdeeld.
Dat maakt betaalbaarheid binnen appartementengebouwen een ander vraagstuk dan bij gewone koopwoningen.
Helmondse subsidie geldt juist niet voor appartementen
Daar komt een opvallend verschil bij.
De gemeentelijke Helmondse isolatiesubsidie zoals die tot nu toe gold, was uitdrukkelijk bestemd voor grondgebonden koopwoningen.
Appartementseigenaren vielen daar dus niet onder.
Voor VvE's verwijst Helmond naar de landelijke Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars. Via die regeling kan subsidie worden verkregen voor onder meer verduurzamingsadvies, onderzoek en daadwerkelijke maatregelen.
Ook zijn via het Nationaal Warmtefonds financieringsmogelijkheden voor VvE's beschikbaar.
Maar een lokale Helmondse bijdrage per appartement zoals sommige andere gemeenten die aanbieden, maakt geen onderdeel uit van de huidige gemeentelijke isolatieregeling.
Dat verschil wordt extra relevant wanneer appartementencomplexen de komende jaren daadwerkelijk van het aardgas moeten worden gehaald.
Helmond probeert ook bewoners samen te laten optrekken
Sinds april heeft de gemeente nog een andere subsidieregeling.
Groepen eigenaar-bewoners die gezamenlijk hun woningen willen verduurzamen of voorbereiden op aardgasvrij wonen kunnen ondersteuning krijgen.
Beginnende bewonersgroepen kunnen maximaal 1.500 euro ontvangen. Voor initiatieven die verder gevorderd zijn, loopt dat op tot 5.000 euro.
Dat geld is niet bedoeld om voor iedere deelnemer een warmtepomp te kopen. Het kan juist worden gebruikt voor bijvoorbeeld woningonderzoeken, gezamenlijk advies, informatiebijeenkomsten, begeleiding en het voorbereiden van gezamenlijke inkoop.
Daarmee probeert Helmond een van de andere obstakels van de energietransitie weg te nemen: bewoners hoeven niet allemaal afzonderlijk uit te zoeken wat technisch en financieel verstandig is.
Extra aandacht voor mensen die weinig kunnen investeren
De gemeente heeft voor 2026 bovendien een afzonderlijke aanpak voor energiearmoede op de agenda staan.
In de begroting is als doel opgenomen om dit jaar bij minimaal 400 huishoudens kleinere isolatiemaatregelen uit te voeren en bij minstens 25 huishoudens grotere energiebesparende ingrepen mogelijk te maken.
Daarnaast wil Helmond 4.700 huishoudens informeren over mogelijkheden om hun woning te verduurzamen.
Dat laat zien dat de gemeente zelf ook onderkent dat een algemene subsidieregeling niet voldoende is.
Wie voldoende inkomen, spaargeld en kennis heeft, weet de weg naar een subsidie of lening meestal wel te vinden. De moeilijkste groep bestaat juist uit huishoudens die een slecht geïsoleerd huis hebben, hoge energielasten betalen en niet het geld hebben om eerst duizenden euro's te investeren.
Precies daar kan verduurzaming financieel het meeste opleveren, terwijl de investering het moeilijkst op tafel is te krijgen.
Ook het elektriciteitsnet wordt onderdeel van de discussie
Helmond heeft daarnaast nog een technisch probleem dat de financiële discussie kan beïnvloeden: het elektriciteitsnet zit op verschillende plaatsen tegen zijn grenzen.
Dat is vooral voor bedrijven en grote aansluitingen nu al merkbaar, maar een stad waarin in sommige wijken uiteindelijk duizenden cv-ketels door elektrische oplossingen worden vervangen, vraagt ook om voldoende capaciteit op het lokale stroomnet.
Warmtenetten kunnen daarom op sommige plaatsen aantrekkelijk zijn omdat niet iedere woning afzonderlijk volledig elektrisch hoeft te worden verwarmd.
Maar ook warmtenetten kunnen elektriciteit nodig hebben, bijvoorbeeld voor grote warmtepompen of elektrische boilers.
De keuze tussen een warmtenet en individuele warmtepompen is daardoor niet uitsluitend een kwestie van wat technisch in één woning mogelijk is.
Ook de infrastructuur van de hele wijk telt mee.
Vanaf 2027 worden keuzes minder vrijblijvend
De discussie krijgt vanaf volgend jaar bovendien een andere juridische betekenis.
Naar verwachting treden op 1 januari 2027 nieuwe landelijke regels voor de gemeentelijke warmtetransitie in werking.
Gemeenten moeten dan een Warmteprogramma hebben en krijgen uiteindelijk de mogelijkheid om gebieden aan te wijzen waar het aardgasnet na een lange voorbereiding verdwijnt.
Daarbij gelden voorwaarden. Gemeenten moeten onder meer kijken naar betaalbaarheid, bewoners tijdig informeren en een redelijk alternatief voor aardgas mogelijk maken.
Een aanwijzing betekent niet automatisch dat iedere huiseigenaar verplicht klant van één specifiek warmtenet wordt. Wie met een ander duurzaam alternatief zijn woning aardgasvrij kan maken, kan daar afhankelijk van de uitwerking ruimte voor hebben.
Maar één ding verandert wel.
Van het aardgas af gaan is dan niet meer uitsluitend een vrijblijvende keuze van individuele huiseigenaren.
Het spannendste getal staat nog nergens
Helmond beschikt ondertussen over kaarten met mogelijke warmteoplossingen, subsidies, leningen, wijkprojecten en landelijke steunregelingen.
Maar het getal dat voor de meeste inwoners uiteindelijk het belangrijkst wordt, ontbreekt nog:
wat kost het per woning?
Dat kan pas serieus worden berekend wanneer duidelijk is welke oplossing in een straat of buurt daadwerkelijk wordt gekozen.
Voor een goed geïsoleerde woning in Brandevoort kan een elektrische oplossing een heel andere investering vragen dan voor een jarenzestigwoning elders in de stad.
Voor een appartement in een VvE geldt weer een andere rekensom. En voor een huurder bepaalt vooral de verhuurder wat er aan het gebouw gebeurt.
Zelfs bij het bestaande warmtenet van Brouwhuis en Rijpelberg moet nog worden vastgesteld welke duurzame warmtebronnen het huidige aardgas uiteindelijk gaan vervangen.
Niet techniek maar betaalbaarheid kan doorslaggevend worden
Daarmee wordt steeds duidelijker dat de Helmondse warmtetransitie niet alleen een technisch project is.
De warmtepomp bestaat. Warmtenetten bestaan. Woningen kunnen worden geïsoleerd. Warmte kan uit afvalwater, reststromen, elektriciteit en andere duurzame bronnen worden gehaald.
De ingewikkeldste opgave zit achter de voordeur.
Kan een eigenaar de investering betalen? Kan een appartementseigenaar zijn aandeel in een VvE-project opbrengen? Blijven de woonlasten van een huurder betaalbaar? En kan iemand zonder spaargeld daadwerkelijk gebruikmaken van de oplossingen die op papier beschikbaar zijn?
Helmond heeft nog bijna een kwart eeuw tot 2050.
Maar met ongeveer 33.000 woningen die nog rechtstreeks van aardgas af moeten, ruim 210 gasafhankelijke VvE's en een bestaand warmtenet voor 6.500 huishoudens dat zelf nog van aardgas als warmtebron moet worden losgemaakt, begint de financiële discussie veel eerder.
De daadwerkelijke test komt zodra de eerste Helmondse huishoudens niet alleen horen hoe hun buurt aardgasvrij kan worden, maar ook te zien krijgen wat hun aandeel in de rekening wordt.