HELMOND – Wie tijdens een hete zomerdag over een Helmonds bedrijventerrein loopt, merkt het verschil snel. Grote daken, asfalt, parkeerplaatsen en bedrijfsgebouwen houden warmte vast, terwijl verkoeling door bomen en ander groen vaak beperkt is. Dat is niet alleen onaangenaam voor werknemers. Extreem weer ontwikkelt zich steeds nadrukkelijker tot een economisch risico voor bedrijven in de stad.
Dat risico is deze vrijdag opnieuw actueel. Voor Noord-Brabant geldt vanwege de hitte code geel. Het KNMI verwacht op 14 augustus in het zuiden en zuidoosten temperaturen tot 37 graden en sluit zeer lokaal zelfs 38 graden niet uit. Het Nationaal Hitteplan is in deze regio tot zondagochtend actief.
Voor Helmond is bekend waar de warmte zich het sterkst ophoopt. Uit de klimaatkaarten van de gemeente blijkt dat oppervlaktetemperaturen tijdens zeer warme omstandigheden kunnen oplopen tot ongeveer 45 graden. Vooral bedrijventerreinen en delen van het centrum springen eruit. De gemeente noemt specifiek Hoogeind en BZOB, maar ook delen van ’t Hout en Helmond-Noord als gebieden met hoge oppervlaktetemperaturen.
Die 45 graden is nadrukkelijk geen gemeten luchttemperatuur zoals in een weerbericht, maar de temperatuur van het oppervlak. Juist dat verschil maakt duidelijk waarom sterk versteende gebieden zoveel warmte kunnen vasthouden.
Warmte wordt bedrijfseconomisch probleem
Voor bedrijven gaat het daarmee verder dan de vraag of werknemers het warm hebben. ABN AMRO waarschuwt dat extreem weer steeds vaker invloed heeft op productie, personeel, logistiek en uiteindelijk de concurrentiepositie.
De bank becijfert dat de arbeidsproductiviteit vanaf 25 graden gemiddeld met ongeveer 2 procent afneemt voor iedere graad waarmee de temperatuur verder stijgt. Bij 30 graden zou dat volgens die berekening neerkomen op ongeveer 10 procent minder productiviteit. Het gaat om een algemene economische raming en dus niet om een specifiek gemeten productiviteitsverlies bij Helmondse bedrijven.
Juist voor een industriestad is die waarschuwing relevant. Op een bedrijventerrein werken lang niet alleen mensen achter een bureau in een gekoeld kantoor. Productiemedewerkers, magazijnpersoneel, chauffeurs, monteurs, bouwvakkers en medewerkers die regelmatig buiten komen, kunnen directer aan hoge temperaturen worden blootgesteld.
Ook in de Helmondse technologiesector kan warmte een rol spelen. Op de Automotive Campus werken inmiddels meer dan 65 bedrijven en organisaties rond mobiliteit, energie en technologie samen. De campus behoort tot de belangrijke innovatiecentra van de Brainportregio.
Werkgever moet ingrijpen als hitte gevaar oplevert
Een wettelijke buitentemperatuur waarbij iedereen automatisch naar huis mag, bestaat niet. Het Arbobesluit schrijft wel voor dat de temperatuur op een werkplek geen gevaar voor de gezondheid van werknemers mag opleveren. Werkgevers moeten risico's beoordelen en maatregelen nemen wanneer dat nodig is.
Dat kan betekenen dat zwaar werk wordt verschoven naar de ochtend, extra pauzes worden ingevoerd, ventilatie of zonwering wordt verbeterd of tijdelijk met een tropenrooster wordt gewerkt. Ook adviseert Arboportaal werkgevers om hitte op te nemen in beleid en de risico-inventarisatie.
Langdurig werken bij hoge temperaturen kan bovendien het concentratievermogen verminderen. Daarmee neemt volgens Arboportaal ook de kans op fouten en arbeidsongevallen toe.
Voor een productiebedrijf is hitte daardoor niet uitsluitend een arbokwestie. Wanneer personeel langzamer kan werken, machines of gebouwen extra moeten worden gekoeld of werkzaamheden moeten worden stilgelegd, heeft dat rechtstreeks gevolgen voor de bedrijfsvoering.
Niet alleen hitte: ook droogte raakt Helmond
De huidige droge periode laat zien dat extreem weer verschillende kanten heeft. Waterschap Aa en Maas heeft vanwege het oplopende neerslagtekort in een groot deel van zijn werkgebied beperkingen ingesteld voor het onttrekken van oppervlaktewater.
Het waterschap meldde eind juli bovendien dat grondwaterstanden uitzonderlijk laag zijn voor de tijd van het jaar. De gevolgen daarvan kunnen lang merkbaar blijven. De Zuid-Willemsvaart door Helmond vormt overigens een expliciete uitzondering op het huidige verbod voor het onttrekken van oppervlaktewater.
Voor de regionale economie kan langdurige droogte ook indirect gevolgen hebben. Problemen in landbouw, transport of bij leveranciers kunnen verderop in een productieketen terechtkomen. Een onderneming hoeft dus niet zelf water uit een beek of sloot te halen om uiteindelijk economische gevolgen van droogte te merken.
En dan kan het juist ineens te nat worden
Het tegenovergestelde probleem is eveneens in Helmond in kaart gebracht: zeer zware regenval.
De gemeentelijke klimaatstresstest laat zien dat bij extreme neerslag ongeveer 32 delen van wegen of tunnels in de kern van Helmond onbegaanbaar kunnen worden. Onder meer locaties in Stiphout, het centrum, Dierdonk en Rijpelberg komen als kwetsbaar uit de analyse.
Dat maakt klimaatadaptatie ook voor bedrijven een bereikbaarheidsvraagstuk. Wanneer een toegangsweg tijdelijk onder water staat, kunnen werknemers, vrachtwagens en leveranciers een bedrijf moeilijker bereiken.
Voor logistieke ondernemingen of bedrijven die afhankelijk zijn van just-in-timeleveringen kan een relatief lokale regenbui daarmee een veel groter economisch gevolg krijgen.
Helmond weet waar de kwetsbare plekken zitten
De problematiek komt voor de gemeente niet onverwacht. Helmond heeft klimaatbestendigheid inmiddels nadrukkelijk onderdeel gemaakt van het beleid voor de komende jaren.
Begin 2026 stelde het college de Uitvoeringsagenda Klimaatbestendig Helmond 2026-2030 vast. De uiteindelijke ambitie is dat de stad in 2050 klimaatbestendig is. De gemeente wil onder meer werken aan groen-blauwe verbindingen waarin groen, wateropvang en verkoeling met elkaar worden gecombineerd.
Dat is vooral op versteende locaties van belang. De eigen klimaatkaarten van Helmond laten immers zien dat gebieden met groen en water duidelijk koeler blijven dan plekken waar steen en beton overheersen.
Bedrijven kunnen zelf eveneens maatregelen nemen. Denk aan bomen en schaduw rond parkeerplaatsen, groene of lichtere daken, het afkoppelen van regenwater, opvangbassins en het vervangen van overbodige bestrating door groen. Waterschap Aa en Maas heeft voor klimaatbestendige maatregelen in bebouwd gebied bovendien een subsidieregeling waarbij, afhankelijk van de maatregel en voorwaarden, maximaal 5.000 euro per maatregel beschikbaar is.
Bedrijventerreinen worden belangrijk deel van oplossing
Daarmee ligt in Helmond juist op de bedrijventerreinen een interessante opgave. Dezelfde gebieden die economisch belangrijk zijn voor de stad, blijken volgens de klimaatstresstest gevoelig voor hoge oppervlaktetemperaturen.
Meer groen en ruimte voor water kunnen daardoor meerdere doelen tegelijk dienen. Tijdens een hittegolf ontstaat meer verkoeling, tijdens zware regen kan water worden vastgehouden en tijdens droge perioden verdwijnt regenwater minder snel via het riool.
Klimaatbestendig ondernemen is daarmee niet uitsluitend een duurzaamheidsvraagstuk voor de verre toekomst. Voor ondernemingen die hun personeel, gebouwen, productie en bevoorrading ook tijdens extreem weer draaiende willen houden, wordt het steeds meer onderdeel van risicomanagement.
En juist in Helmond is inmiddels behoorlijk precies zichtbaar waar dat risico het grootst is.