HELMOND – Niezen, jeukende ogen, een verstopte neus en soms dagenlang een vermoeid gevoel. Voor mensen met hooikoorts kan een zonnige zomerdag behoorlijk minder aantrekkelijk zijn dan voor de gemiddelde terrasbezoeker. Maar maakt het eigenlijk uit of je in Helmond woont of aan de Nederlandse kust? En als een dagje zee geen oplossing is: wat werkt dan wel tegen hooikoorts? Antihistamine, een neusspray, tape op de rug of misschien een dagelijkse lepel honing van een imker uit de eigen streek?
Helmond heeft bij die vragen een bijzondere positie. Op het dak van het Elkerliek ziekenhuis wordt namelijk al jarenlang bijgehouden welke pollen door de lucht zweven. Samen met het LUMC in Leiden behoort Helmond tot de belangrijkste locaties voor pollentellingen in Nederland.
Wie in Helmond last heeft van hooikoorts woont daarmee vrijwel naast een van de plekken waar het Nederlandse pollenseizoen nauwlettend wordt gevolgd.
Aan zee kan het beter zijn
De gedachte dat hooikoortspatiënten aan zee minder last hebben, is niet uit de lucht gegrepen. Vooral wanneer de wind rechtstreeks vanaf zee komt, bevat de aangevoerde lucht doorgaans minder pollen dan lucht die over het binnenland heeft gereisd.
Dat kan voor iemand uit Helmond betekenen dat een dag aan de kust daadwerkelijk verlichting geeft.
Langjarige pollenmetingen in Nederland, België en Luxemburg laten bijvoorbeeld zien dat bij bepaalde soorten, waaronder berk, lagere concentraties zijn gemeten dichter bij de kust dan in het zuidoostelijke binnenland. Helmond liet bij berkenpollen historisch juist relatief hoge waarden zien.
Dat betekent echter niet dat iedere inwoner van Helmond met hooikoorts beter naar Zandvoort, Scheveningen of Zeeland kan verhuizen.
Bij wind vanaf het land kunnen pollen namelijk ook gewoon richting kust worden geblazen. Daarnaast verschilt het effect sterk per plantensoort. Vooral bij graspollen is het voordeel van wonen aan zee minder vanzelfsprekend.
De kust kan dus helpen, maar vormt geen onzichtbare muur waar pollen stoppen.
Helmond telt zelf de pollen
Voor inwoners van Helmond is de pollenmeter letterlijk dichtbij.
Op het dak van het Elkerliek ziekenhuis wordt al tientallen jaren pollen uit de lucht verzameld. Het meetstation vormt samen met dat van het LUMC in Leiden de basis voor veel Nederlandse informatie over het pollenseizoen.
Sinds april 2025 worden op beide locaties bovendien automatische pollentellers gebruikt. Daarbij worden met beeldanalyse en kunstmatige intelligentie verschillende deeltjes in de lucht herkend.
De traditionele metingen blijven daarnaast bestaan, zodat onderzoekers langjarige ontwikkelingen kunnen blijven vergelijken.
Dat is geen overbodige luxe. Volgens het LUMC krijgt bijna een kwart van de Nederlanders jaarlijks klachten door boom- en graspollen.
Voor Helmonders levert het meetstation bovendien een bijzonder lokaal beeld op. Toch geldt ook hier een belangrijke beperking: wat boven op het Elkerliek wordt gemeten, hoeft niet exact hetzelfde te zijn als wat iemand enkele kilometers verderop in Brouwhuis, Brandevoort, Rijpelberg of het centrum inademt.
Zelfs binnen Helmond kan de hoeveelheid pollen verschillen
De directe woonomgeving speelt een grotere rol dan vaak wordt gedacht.
Recent Nederlands onderzoek naar pollen op straatniveau liet zien dat binnen één stad grote verschillen kunnen bestaan. In groene gebieden kunnen aanzienlijk meer pollen worden aangetroffen dan in sterker bebouwde buurten. Tegelijk bepaalt vooral welke planten en bomen aanwezig zijn of die pollen ook daadwerkelijk allergische klachten veroorzaken.
Dat is ook voor Helmond relevant.
Wie naast een grasveld, park, berm of een rij allergene bomen woont, kan veel meer pollen tegenkomen dan iemand enkele straten verderop. Een regionale pollenmeting blijft daarom een goede graadmeter, maar voorspelt niet precies hoeveel pollen voor iemands voordeur rondzweven.
Het maakt bovendien uit waarvoor iemand allergisch is. Wie vooral op berkenpollen reageert, kan op een heel ander moment klachten hebben dan iemand die vooral gevoelig is voor gras.
Wat gebeurt er bij hooikoorts?
Hooikoorts is een allergische reactie op pollen van bomen, grassen en andere planten.
Bij iemand die daarvoor gevoelig is, reageert het afweersysteem op die pollen. Daarbij komt onder andere histamine vrij. Dat kan klachten veroorzaken als niezen, jeuk, tranende of branderige ogen, een loopneus, verstopte neus en irritatie van keel en luchtwegen.
Sommige mensen voelen zich tijdens een zware hooikoortsperiode bovendien opvallend moe of minder geconcentreerd.
De volgende vraag ligt daarmee voor de hand: wat helpt?
Antihistamine heeft bewezen werking
Antihistaminica behoren tot de meest gebruikte behandelingen tegen hooikoorts.
Deze medicijnen blokkeren de werking van histamine en kunnen daardoor klachten zoals niezen, jeuk, een loopneus en brandende ogen verminderen.
Veelgebruikte middelen zijn bijvoorbeeld cetirizine en loratadine. Ze zijn zonder recept verkrijgbaar en worden meestal eenmaal per dag gebruikt.
Bij sommige mensen kunnen antihistaminica slaperigheid veroorzaken. Wie moet autorijden of machines bedient, doet er daarom goed aan bijsluiter en advies van apotheek zorgvuldig te volgen.
Er bestaan ook antihistaminica voor plaatselijk gebruik, bijvoorbeeld als neusspray of oogdruppels.
Neusspray kan bij langdurige klachten helpen
Wie vooral veel en langdurig last heeft van een verstopte of geïrriteerde neus kan baat hebben bij een ontstekingsremmende neusspray.
Voorbeelden zijn sprays met fluticason, mometason of budesonide. Deze middelen werken anders dan een gewone ontzwellende neusspray. Het effect bouwt doorgaans gedurende enkele dagen op.
Ook spoelen met een fysiologische zoutoplossing kan aanvullend helpen bij neusklachten.
Wie ondanks medicatie veel last blijft houden of verschillende medicijnen wil combineren, kan daarvoor het beste huisarts of apotheker raadplegen.
Bij ernstige klachten bestaat immunotherapie
Voor een deel van de hooikoortspatiënten zijn tabletten en neussprays niet voldoende.
Bij ernstige en langdurige klachten kan immunotherapie worden overwogen. Daarbij krijgt een patiënt gedurende langere tijd gecontroleerde hoeveelheden toegediend van precies het allergeen waarvoor hij of zij gevoelig is.
Het doel is dat het afweersysteem uiteindelijk minder heftig op dat allergeen reageert.
Een dergelijke behandeling duurt meestal meerdere jaren en wordt onder medische begeleiding uitgevoerd.
Het principe wordt soms aangehaald bij een andere populaire remedie: lokale honing.
Honing uit Helmond tegen hooikoorts?
Het klinkt aantrekkelijk: iedere dag een lepel honing van een imker uit Helmond, Aarle-Rixtel, Mierlo of de Peel eten en het lichaam langzaam laten wennen aan pollen uit de eigen omgeving.
Die theorie wordt al jarenlang doorgegeven.
Het idee is dat lokale honing kleine hoeveelheden pollen uit de omgeving bevat. Door daar dagelijks van te eten, zou het lichaam steeds minder sterk reageren.
De vergelijking met medische immunotherapie gaat echter maar gedeeltelijk op.
Veel pollen die hooikoorts veroorzaken worden namelijk door de wind verspreid. Dat geldt onder andere voor veel grassen en bomen. Bijen verzamelen juist vooral stuifmeel van planten die afhankelijk zijn van insecten voor de bestuiving.
De pollen die een Helmonder hooikoorts bezorgen, hoeven daardoor nauwelijks in een pot plaatselijke honing te zitten.
Daarnaast is onbekend hoeveel van een bepaald allergeen in een pot honing aanwezig is. Bij medische immunotherapie wordt juist gewerkt met nauwkeurig bepaalde hoeveelheden.
Wetenschappelijk bewijs voor lokale honing ontbreekt
Onderzoek heeft tot nu toe geen overtuigend bewijs opgeleverd dat het eten van gewone lokale honing hooikoorts daadwerkelijk vermindert.
In een gecontroleerd onderzoek werden mensen verdeeld over groepen die lokale honing, gewone honing of een product zonder honing gebruikten. Er werd geen betekenisvolle verbetering van hooikoortsklachten door lokale honing gevonden.
Andere kleinere onderzoeken hebben wel positieve resultaten gemeld, maar verschillen in onderzoeksopzet maken het onmogelijk om daaruit te concluderen dat honing uit de eigen streek als hooikoortsmedicijn werkt.
Een pot honing uit Helmond of de Peel kan dus prima op tafel blijven staan, maar geldt niet als bewezen behandeling tegen hooikoorts.
En dan is er hooikoortstape
Nog een opvallende behandeling die de afgelopen jaren aan populariteit heeft gewonnen is hooikoortstapen.
Daarbij wordt elastische kinesiotape meestal op de rug, rond de schouderbladen en soms op borst of schouders aangebracht.
Aanbieders van deze methode melden regelmatig dat cliënten na het tapen minder last hebben van hooikoorts. Ook zijn er kleinschalige pilots uitgevoerd waarbij deelnemers verbetering rapporteerden.
Dat is echter niet hetzelfde als wetenschappelijk bewijs dat de tape de allergische reactie op pollen vermindert.
Voor hooikoortstape ontbreekt op dit moment overtuigend klinisch bewijs dat de methode vergelijkbaar maakt met antihistaminica, ontstekingsremmende neussprays of immunotherapie.
Dat iemand na het tapen minder klachten ervaart, is daarmee niet onmogelijk. Alleen kan uit persoonlijke ervaringen niet worden vastgesteld of de verbetering daadwerkelijk door de tape komt.
De hoeveelheid pollen kan van dag tot dag sterk veranderen. Ook het weer, gelijktijdig medicijngebruik en een placebo-effect kunnen invloed hebben.
Hooikoortstape kan daarom beter worden gezien als een onvoldoende bewezen aanvullende behandeling en niet als vervanging voor reguliere hooikoortsmedicatie.
Zelf minder pollen binnenhalen
Niet iedere maatregel tegen hooikoorts hoeft uit een medicijndoosje te komen.
De hoeveelheid pollen in de lucht hangt sterk samen met het weer. Op droge, zonnige en winderige dagen kunnen veel pollen worden verspreid. Tijdens en kort na regen is de hoeveelheid vaak lager.
Ramen gesloten houden op dagen met veel pollen kan helpen. Dat geldt vooral voor de slaapkamer. Ook een zonnebril buiten dragen kan voorkomen dat pollen gemakkelijk in de ogen terechtkomen.
Wie gevoelig is voor graspollen kan het maaien van het gazon beter aan iemand anders overlaten. Was buiten laten drogen is tijdens een zware pollenperiode eveneens minder verstandig, omdat pollen zich aan kleding en beddengoed kunnen hechten.
Na langere tijd buiten zijn kan omkleden en eventueel haren wassen voorkomen dat pollen mee naar de slaapkamer gaan.
Een dagje kust vanuit Helmond kan dus daadwerkelijk helpen
Voor iemand uit Helmond met flinke hooikoortsklachten kan een dag aan zee op het juiste moment een merkbaar verschil maken.
Vooral bij wind vanaf zee kan de pollenconcentratie aan de kust lager zijn dan in Zuidoost-Brabant.
Maar het succes van zo'n uitstapje hangt af van de soort pollen waarvoor iemand allergisch is en van de windrichting. Bij landwind kan ook aan het strand volop pollen aanwezig zijn.
Daarnaast keert iemand na een dagje kust natuurlijk gewoon terug naar dezelfde Helmondse omgeving.
Pollenseizoen wordt langer
Hooikoorts is bovendien steeds minder uitsluitend een probleem van een paar weken in het voorjaar.
Verschillende bomen beginnen al vroeg in het jaar pollen te verspreiden. Daarna volgen onder meer berk en grassen. Later in het seizoen kunnen planten als bijvoet en ambrosia nog klachten veroorzaken.
Door klimaatverandering kan het groeiseizoen langer worden. Hogere temperaturen kunnen ervoor zorgen dat planten eerder gaan bloeien en langer pollen produceren.
Ook kunnen nieuwe sterk allergene plantensoorten zich gemakkelijker vestigen.
Dat betekent dat hooikoortspatiënten mogelijk gedurende een steeds groter deel van het jaar klachten krijgen.
Is Helmond een slechte plek voor hooikoorts?
Die conclusie gaat te ver.
Helmond ligt relatief ver van de kust en profiteert daardoor niet rechtstreeks van pollenarme zeelucht. Voor sommige belangrijke pollensoorten zijn in het zuidoosten van Nederland historisch hogere concentraties gemeten dan aan de kust.
Maar de plek waar iemand woont, vertelt slechts een deel van het verhaal.
De belangrijkste factoren zijn waarvoor iemand allergisch is, welke bomen en planten in de directe omgeving groeien, het weer en de windrichting.
Daarbij heeft Helmond één voordeel dat maar weinig Nederlandse steden hebben: de pollen worden er letterlijk gemeten.
Voor de behandeling is het onderscheid duidelijker. Antihistaminica en ontstekingsremmende neussprays hebben een bewezen medische basis. Bij ernstige klachten kan immunotherapie een optie zijn.
Voor hooikoortstape en lokale honing bestaat vooralsnog geen overtuigend bewijs dat zij hooikoorts daadwerkelijk behandelen.
Wie met tranende ogen vanaf de Markt naar het strand verlangt, heeft dus niet helemaal ongelijk: een dag met zeewind kan verlichting brengen.
Maar voor een structurele aanpak zijn een goed gekozen behandeling, het beperken van blootstelling en weten waarvoor je allergisch bent waarschijnlijk een stuk betrouwbaarder dan een rol tape of een pot honing uit de Peel.